Quidam

1052 dagen gestopt - 11 Jul 19

Nicotine en Auto-immuunziekten

Eind 2017 werd er een onderzoek gepubliceerd die zich voornamelijk concentreerde op de werking van nicotine op de auto-immuunziekten: MS, Reuma, Diabetes type 1, ziekte van Behçet, Sarcoidosis, Colitis Ulcerosa en Crohn.

“Nicotine and autoimmunity: The Lotusflower in tobacco”
http://www.autoimmunity-network.com/media/moxie/files/a/ad/adm/admin/1982%20-%20Gomes%20Jo%C3%A3o%20Pedro-%20Nicotine%20and%20Autoimmunity%20.pdf

Naast dat er meer en meer informatie naar boven komt sijpelen over de correlatie tussen roken en auto-immuunziekten is de info over de werking van nicotine op auto-immuunziekten evenzo zeer belangrijke info. Heel veel mensen zijn zich namelijk niet bewust van deze correlatie en wanneer zij dan dus stoppen met roken en andere bijwerkingen ondervinden dan de ‘normale’ zogenaamde afkickverschijnselen zouden zij er goed aan doen om naar een arts te gaan en zich niet met een kluitje het riet in laten sturen en net zo lang blijven zoeken naar een antwoord c.q. reden waar dit mee te maken kan hebben.

Bij mij duurde het al met al 8 maanden, voordat er een belletje ging rinkelen bij een arts waarna er een gericht bloedonderzoek plaatsvond en de auto-immuunziekte Graves werd gevonden. Roken maskeert nu eenmaal een aantal auto-immuunziekten. Naast dat het de veroorzaker van ziektes kan zijn.

Als je dan dus stopt met roken en hier geen weet van hebt en alles waar je nadat je gestopt bent met roken afdoet als zijnde dat het er wel bij zou kunnen horen en een arts zich alleen bezig houdt met symptoom bestrijding, zoals in mijn geval toen mijn hart op de hobbel ging, dan kan het dus even duren voordat je een juiste en dus alles omvattende diagnose krijgt.

In mijn geval was roken dus de boosdoener en het stoppen met roken dus ook maar bleek vele jaren later dat het gebruik van nicotine voor mij dus de oplossing zou kunnen zijn. Wat dus ook zo is.

Als je de keuze hebt om met het gebruik van nicotine bepaalde ziekten onder de duim te houden dan ben je gek als je dat niet doet. Aan het gebruik van nicotine zitten namelijk geen noemenswaardige bijwerkingen. Zo is het bijvoorbeeld niet kankerverwekkend wat op zich natuurlijk altijd prettig is om te weten.  En wat het ‘verslavend’ effect betreft, wat voor veel mensen nogal eens een issue is:

https://www.gov.uk/government/publications/e-cigarettes-and-heated-tobacco-products-evidence-review/evidence-review-of-e-cigarettes-and-heated-tobacco-products-2018-executive-summary
"The addictiveness of nicotine depends on the delivery system.
It is possible that the addictiveness of tobacco cigarettes may be enhanced by compounds in the smoke other than nicotine.
As e-cigarettes have evolved, their nicotine delivery has improved. This could mean that their addiction potential has increased, but this may also make them more attractive to smokers as a replacement for smoking. It is not yet clear how addictive e-cigarettes are, or could be, relative to tobacco cigarettes.
While nicotine has effects on physiological systems that could theoretically lead to health harms, at systemic concentrations experienced by smokers and e-cigarette users, long-term use of nicotine by ‘snus’ (a low nitrosamine form of smokeless tobacco) users has not been found to increase the risk of serious health problems in adults, and use of nicotine replacement therapy by pregnant smokers has not been found to increase risk to the foetus."

Balling

1631 dagen gestopt -

Mooie bijdrage weer, Jay.
In dat licht zijn de standpunten van de dames de Kanter en Dekker een oproep tot barbaarse foltering.


Quidam

1052 dagen gestopt -

@Balling ik kwam op het idee om dit maar weer eens onder de aandacht te brengen naar aanleiding van de reactie onder het blogbericht van @Smeniekske over ‘Anti-depressieve werking Tabaksrook" van @Kanjer : "Door jouw artikel begrijp ik nu dat dampen in een aantal gevallen een medische noodzaak kan hebben, zoals bij Quidam bijvoorbeeld , die zonder nicotine last van de ziekte van Graves krijgt."

Er zijn er hier op het SRB genoeg waarbij doordat ze gestopt zijn met roken bepaalde ziektes naar de oppervlakte kwamen die al die tijd gemaskeerd waren geweest. Ik ben daar niet de enige in. Zo weet ik ook dat er mensen juist hierdoor weer zijn gaan roken en zijn blijven roken. Ik heb daar voor mijzelf een uitweg in gezocht en gevonden. En daar ben ik heel blij mee.

Daarnaast zie ik vaak genoeg mensen zeggen dat ze bepaalde klachten hebben en vragen of dat normaal is… dan denk ik…. ga ajb naar een arts en laat het uitzoeken. En dat kan echt even duren voordat er linken gelegd worden, maar ga net zo lang door met zoeken totdat je iets weet en er iets mee kan.


Balling

1631 dagen gestopt -

Ja, @Quidam, Jay. Ik had al zo’n vermoedde dat die opmerking van @Kanjer je wel zou triggeren.
Prima zo. Ik had al aangegeven dat die conclusie wat mij betreft wel wat breder getrokken kon worden dan alleen maar "medische indicatie".


Jodie04

547 dagen gestopt -

@Quidam, het is zeker waar dat door roken heel veel onder de dekmantel kan blijven van ziektes. Helaas een goed voorbeeld van mijn "oude" ( 51 jaar) bazin.. Ook een paar maanden geleden gestopt, en nu hartproblemen die werden gemaskeerd door het roken. Ze dacht dat het van het roken kwam en stopte, ze belandde in het ziekenhuis, en zit nu oa aan de bloedverdunners en allerlei medicatie…Maar… als ze was blijven roken had het misschien fataal af kunnen lopen….


Biertje

566 dagen gestopt -

..

speciaal voor @Balling & Quidam met al hun copy / paste ’ shit ‘

..


Biertje

566 dagen gestopt -

..


Quidam

1052 dagen gestopt -

Als ik mij niet vergis @Jodie04 was er hier een tijd geleden ook iemand die daar melding van maakte dat zij met loeiende sirenes was afgevoerd naar het ziekenhuis en dat er een arts zo eerlijk was geweest om haar te zeggen dat dit soort zaken naar boven kunnen komen nadat je bent gestopt met het roken.

Bij mij was die atriumfibrileren één van de eerste kenmerken die later allemaal onder de noemer Graves werden geplaatst.


Biertje

566 dagen gestopt -

..


Dampenisongezond

Geen stop status -

Ik vind je een lafaard Quidam.

Je hebt het lef niet om te stoppen met roken.

Daarom moeten wij, de echte stoppers, er aan geloven en worden we overspoeld door je diarree van flutonderzoeken.

Gewoon om goed te praten dat je verslaafd bent aan het roken van e-sigaretten.

Stop met roken en kom dan eens met de grote mensen praten.

Would-be moderator


Quity

7 dagen gestopt -

poe zeg. Wist niet dat er op deze site zo’n strijd was tussen gebruikers van e-sigaretten en mensen die er FEL tegen zijn. Ben al bang op de reacties die ik ga krijgen nav mijn blog waar ik juist om advies vraag omdat ik voor paar jaar geleden succesvol gestopt was met roken dmv een e-sigaret. Had hier ongeveer 4 maanden gebruik van gemaakt met 0 mg nicotine.
Maar durf bijna niet te vragen maar zou je mijn blog willen lezen en mij willen adviseren op mijn vraag want wil graag weer stoppen met roken dmv een e-sigaret.


Dampenisongezond

Geen stop status -

@Quity zoals paus quidam de eerste correct aangaf, gelieve je vragen op dampforum.nu neer te leggen.

Dit is een stoppen met roken blog


Quidam

1052 dagen gestopt -

@Quity natuurlijk wil ik dat. Ik ben niet zo bang uitgevallen en die reacties van de trollen hierboven, waarvan ik zag dat jij die ook al op bezoek hebt gehad,  zou ik als ik jou was lekker links laten liggen. Zij zijn jouw energie niet waard

Vanaf het moment dat ik na jarenlange struggle om definitief te kunnen stoppen met roken het dampen oppakte duurde het maar even voordat ik die sneue figuren over mij heen kreeg. Nu loop ik hier al wat langer mee en ben in het geheel niet onder de indruk van meneer/mevrouw zeikerd die hier met tig accounts aanwezig is om het dampen in een kwaad daglicht te stellen.

Laat hun gif en gal jou er niet van weerhouden om met het roken te stoppen op de wijze die jij gekozen hebt.

Mijn advies aan jou heb ik inmiddels onder je blogbericht ‘Schrik’ gegeven. Nogmaals succes. Het gaat je lukken. :thumbs_up:


Dampenisongezond

Geen stop status -

Aaaah het zijn de anderen hun schuld… Niet nooit never die van jezelf.

@Kanjer jij goeie ervaringen met paus Quidam de eerste ?


Balling

1631 dagen gestopt -

Zinsbouw, trol!
hun schuld :):):)


Filosofietje

Geen stop status -

De gemiddelde Nederlander is steeds sneller afgeleid. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat ons vermogen om een saaie tekst uit te lezen de laatste tien jaar met twintig procent is afgenomen. Psychologen spreken zelfs van een nationale afleidingsepidemie. Ronald van der Overeem is hoogleraar Sociale Psychologie in Groningen. We spreken hem op zijn boerderij in het Groningse Noordhorn, een pittoresk dorpje met een kerk uit de dertiende eeuw. De toren dateert van 1765. We arriveren om kwart over drie in de middag. De zon schijnt, de hond blaft ons welkom en Van der Overeem ontvangt ons hartelijk. Hij vindt dat het probleem van concentratiegebrek al jaren onderschat wordt: “Eeuwenlang zijn we als mensen gewend geweest om lange en langdradige teksten tot ons te nemen. Vandaag de dag zie je dat steeds meer mensen het vermogen zijn kwijtgeraakt om de concentratie daarvoor op te brengen. Uiteindelijk leidt dit tot een verminderde productiviteit en een verhoogde kans op een burn-out of een depressie. Op jaarbasis kost dit de samenleving ontzettend veel geld. Toch zie je dat de overheid geen enkele maatregelen neemt op dit punt. Ik vind dat onbegrijpelijk.” We drinken koffie, de sfeer is gemoedelijk. Niet veel later komt de vrouw van de hoogleraar de kamer binnen. Ze heeft een Turkmeens uiterlijk en serveert roze koeken. Volgens Van der Overeem zijn er verschillende oorzaken voor het verminderde concentratievermogen van de gemiddelde Nederlander: “De samenleving is in de afgelopen decennia natuurlijk enorm veranderd. We krijgen steeds meer informatie op ons af, op steeds meer manieren. De hele dag word je bestookt met beelden en teksten die je aandacht opeisen. Denk bijvoorbeeld aan reclame-uitingen op straat, de autoradio, of de televisie. Verder is de opkomst van het internet en met name de smartphone cruciaal in deze ontwikkeling.” Lachend nemen we afscheid. Universitair docent Nieuwe Media Jellie Grasvoort (Universiteit van Amsterdam) sluit zich aan bij de woorden van Van der Overeem. Tot twee keer toe moeten we de afspraak verschuiven, omdat er iets tussenkomt. Op maandagmiddag lukt het eindelijk om elkaar te spreken. Ze denkt dat de intrede van de smartphone funest is geweest voor de concentratie van mensen: “In de middeleeuwen had je natuurlijk niet al die afleidingen die zo kenmerkend zijn geworden voor het jachtige bestaan dat we vandaag de dag leiden. Een monnik uit de dertiende eeuw kon soms veertien uur per dag onafgebroken bezig zijn met het bestuderen van een handschrift. Nu zou dat onmogelijk zijn, om de doodeenvoudige reden dat onze hersenen er niet meer op ingesteld zijn om zo lang met één taak bezig te zijn. Het duidelijkst zie je dit bij kinderen. Leerkrachten op de basisschool klagen steen en been dat kinderen niet meer stil kunnen zitten. Ze zijn voortdurend bezig met hun telefoon of met hun iPad. Uiteindelijk gaat dit ten koste van hun leerprestaties en dat is natuurlijk een zorgwekkende ontwikkeling.” Ook in Moldavië speelt het probleem. We reizen af naar het Oost-Europese land om te onderzoeken hoe de Moldavische samenleving lamgelegd wordt door het collectieve concentratiegebrek. Op dinsdagmiddag reizen we met de taxi naar Schiphol. Daar stappen we op het vliegtuig naar Chisinau, de hoofdstad van het voornoemde Moldavië. Chisinau heeft een vochtig landklimaat, dat zich kenmerkt door hete droge zomers en windige koude winters. De wintertemperaturen liggen vaak beneden de 0°C, maar dalen zelden onder de −10°C. In de zomer ligt de gemiddelde temperatuur rond de 25°C, maar kan midden in de zomer in het stadscentrum soms oplopen tot 35 à 40°C. De gemiddelde neerslag en luchtvochtigheid is laag in de zomer, maar soms kunnen zich er dan wel zware stormen voordoen. In de lente en herfst variëren de temperaturen tussen de 16 en 24°C en er is minder neerslag dan in de zomer, maar deze neerslag valt wel tijdens langere periodes. De stad werd gesticht in de vijftiende eeuw en hoorde jarenlang bij het Ottomaanse rijk. Het Ottomaanse Rijk was een wereldrijk tussen de veertiende en de twintigste eeuw en bij de grootste uitbreiding ervan besloeg het een enorm gebied in Noord-Afrika, Azië en Europa. Het Ottomaanse Rijk werd gesticht door de Oguz-Turken onder Osman I, de stamvader van de Ottomaanse dynastie en naamgever van dit rijk. Osman was onderofficier in het Seltsjoekenleger van de sultan van Rûm. Turkije bestond toen uit veel verschillende en kleine vorstendommen (beyliks). Na de dood van zijn vader werd Osman de leider van zijn Kayi-stam, in het noordwesten van Anatolië, niet ver van Constantinopel. Osman bleek een voortreffelijk legerleider te zijn en minder vredelievend dan zijn vader; hij was slim en handig en gold als een expert in wapens. Hij vocht tegen de Mongolen, die destijds het Seltsjoekenrijk binnenvielen. Veel Arabieren en Perzen, op de vlucht voor de Mongolen, sloten zich aan bij zijn leger. Het grondgebied werd uitgebreid ten koste van het christelijke Byzantijnse Keizerrijk onder Andronicus. Het Osmaanse rijk nam in grootte toe van 1.500 km² naar 18.000 km². In 1299 stichtte Osman – volgens traditionele bronnen – het Osmaanse rijk. Osman stelde ambtenaren aan en deelde land uit aan zijn volgelingen. Het herders- en nomadenleven van de stam werd opgegeven. Als emir onderhield hij goede betrekkingen met de sultan in Konya: ze streden samen tegen het Byzantijnse Rijk. In 1304 veroverde hij Nicea, nu gekend als Iznik. In 1317 droeg hij het bevel over aan zijn zoon Orhan. Osman werd begraven onder een zilveren koepel, zoals hij voor zijn dood te kennen had gegeven. De stad Bursa kreeg een belangrijke functie als begraafplaats voor leden van de Ottomaanse dynastie. Onder zijn nakomelingen zou Turkije een enorm wereldrijk worden met een dynastie die meer dan zes eeuwen zou bestaan en heersen. Tussen 1918 en 1940 was Chisinau Roemeens. In 1940 werd het Roemeense Bessarabië geannexeerd door de Sovjet-Unie en het grootste deel ervan bij de al bestaande deelrepubliek Moldavië gevoegd. Chisinau werd er de hoofdstad van. Op 21 augustus 1991 verklaarde Moldavië zich onafhankelijk, waarbij Chisinau de hoofdstad bleef. We arriveren om zeven uur in de avond en reizen meteen naar ons hotel. De volgende dag hebben we afgesproken met journalist Georgi Hunescae. Hij schreef vorig jaar een bestseller over concentratieproblemen. Georgi ontvangt ons op zijn kantoor in een oud herenhuis in de binnenstad. De voorgevel van het pand is typisch neoclassicistisch. Het neoclassicisme was aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw een stroming in de kunst, waarin opnieuw de vermeende puurheid van de klassieken werd nagestreefd. Men richtte zich daarbij met name op de (bouw)kunst van de oude Grieken en Romeinen. Beroemde neoclassicistische kunstenaars zijn de Franse schilders Jacques Louis David en Jean Aguste Dominique Ingres, en de in Rome werkzame beeldhouwers Antonio Canova en Bertel Thorvaldsen. Georgi ontvangt ons hartelijk. Plotseling gaat zijn telefoon. De ringtone is ‘Eine kleine nachtmusik’, een serenade die Mozart schreef in 1787. Het is geschreven voor een kamermuziekensemble bestaande uit twee violen, altviool en cello, eventueel aangevuld met een contrabas. Het stuk wordt ook vaak uitgevoerd door strijkorkesten. Eine kleine Nachtmusik is één van de populairste werken van Mozart. Het is niet bekend waarom of voor wie Mozart dit muziekstuk componeerde. Georgi vertelt hoe hij op het idee kwam voor zijn boek: “Ik begon na te denken over dit thema toen ik een aantal jaar geleden een artikel aan het lezen was over celdeling bij het influenzavirus. Toen ik halverwege was, merkte ik dat mijn aandacht begon te verslappen omdat ik de tekst te langdradig vond. Ik ben toen wel door blijven lezen, omdat ik niet zo’n slappeling wilde zijn die gelijk afhaakt bij een iets langer artikel. Uiteindelijk heb ik de tekst helemaal uitgelezen, maar achteraf had ik toch een beetje het idee dat ik mijn tijd verspild had.”

De gemiddelde Nederlander is steeds sneller afgeleid. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat ons vermogen om een saaie tekst uit te lezen de laatste tien jaar met twintig procent is afgenomen. Psychologen spreken zelfs van een nationale afleidingsepidemie. Ronald van der Overeem is hoogleraar Sociale Psychologie in Groningen. We spreken hem op zijn boerderij in het Groningse Noordhorn, een pittoresk dorpje met een kerk uit de dertiende eeuw. De toren dateert van 1765. We arriveren om kwart over drie in de middag. De zon schijnt, de hond blaft ons welkom en Van der Overeem ontvangt ons hartelijk. Hij vindt dat het probleem van concentratiegebrek al jaren onderschat wordt: “Eeuwenlang zijn we als mensen gewend geweest om lange en langdradige teksten tot ons te nemen. Vandaag de dag zie je dat steeds meer mensen het vermogen zijn kwijtgeraakt om de concentratie daarvoor op te brengen. Uiteindelijk leidt dit tot een verminderde productiviteit en een verhoogde kans op een burn-out of een depressie. Op jaarbasis kost dit de samenleving ontzettend veel geld. Toch zie je dat de overheid geen enkele maatregelen neemt op dit punt. Ik vind dat onbegrijpelijk.” We drinken koffie, de sfeer is gemoedelijk. Niet veel later komt de vrouw van de hoogleraar de kamer binnen. Ze heeft een Turkmeens uiterlijk en serveert roze koeken. Volgens Van der Overeem zijn er verschillende oorzaken voor het verminderde concentratievermogen van de gemiddelde Nederlander: “De samenleving is in de afgelopen decennia natuurlijk enorm veranderd. We krijgen steeds meer informatie op ons af, op steeds meer manieren. De hele dag word je bestookt met beelden en teksten die je aandacht opeisen. Denk bijvoorbeeld aan reclame-uitingen op straat, de autoradio, of de televisie. Verder is de opkomst van het internet en met name de smartphone cruciaal in deze ontwikkeling.” Lachend nemen we afscheid. Universitair docent Nieuwe Media Jellie Grasvoort (Universiteit van Amsterdam) sluit zich aan bij de woorden van Van der Overeem. Tot twee keer toe moeten we de afspraak verschuiven, omdat er iets tussenkomt. Op maandagmiddag lukt het eindelijk om elkaar te spreken. Ze denkt dat de intrede van de smartphone funest is geweest voor de concentratie van mensen: “In de middeleeuwen had je natuurlijk niet al die afleidingen die zo kenmerkend zijn geworden voor het jachtige bestaan dat we vandaag de dag leiden. Een monnik uit de dertiende eeuw kon soms veertien uur per dag onafgebroken bezig zijn met het bestuderen van een handschrift. Nu zou dat onmogelijk zijn, om de doodeenvoudige reden dat onze hersenen er niet meer op ingesteld zijn om zo lang met één taak bezig te zijn. Het duidelijkst zie je dit bij kinderen. Leerkrachten op de basisschool klagen steen en been dat kinderen niet meer stil kunnen zitten. Ze zijn voortdurend bezig met hun telefoon of met hun iPad. Uiteindelijk gaat dit ten koste van hun leerprestaties en dat is natuurlijk een zorgwekkende ontwikkeling.” Ook in Moldavië speelt het probleem. We reizen af naar het Oost-Europese land om te onderzoeken hoe de Moldavische samenleving lamgelegd wordt door het collectieve concentratiegebrek. Op dinsdagmiddag reizen we met de taxi naar Schiphol. Daar stappen we op het vliegtuig naar Chisinau, de hoofdstad van het voornoemde Moldavië. Chisinau heeft een vochtig landklimaat, dat zich kenmerkt door hete droge zomers en windige koude winters. De wintertemperaturen liggen vaak beneden de 0°C, maar dalen zelden onder de −10°C. In de zomer ligt de gemiddelde temperatuur rond de 25°C, maar kan midden in de zomer in het stadscentrum soms oplopen tot 35 à 40°C. De gemiddelde neerslag en luchtvochtigheid is laag in de zomer, maar soms kunnen zich er dan wel zware stormen voordoen. In de lente en herfst variëren de temperaturen tussen de 16 en 24°C en er is minder neerslag dan in de zomer, maar deze neerslag valt wel tijdens langere periodes. De stad werd gesticht in de vijftiende eeuw en hoorde jarenlang bij het Ottomaanse rijk. Het Ottomaanse Rijk was een wereldrijk tussen de veertiende en de twintigste eeuw en bij de grootste uitbreiding ervan besloeg het een enorm gebied in Noord-Afrika, Azië en Europa. Het Ottomaanse Rijk werd gesticht door de Oguz-Turken onder Osman I, de stamvader van de Ottomaanse dynastie en naamgever van dit rijk. Osman was onderofficier in het Seltsjoekenleger van de sultan van Rûm. Turkije bestond toen uit veel verschillende en kleine vorstendommen (beyliks). Na de dood van zijn vader werd Osman de leider van zijn Kayi-stam, in het noordwesten van Anatolië, niet ver van Constantinopel. Osman bleek een voortreffelijk legerleider te zijn en minder vredelievend dan zijn vader; hij was slim en handig en gold als een expert in wapens. Hij vocht tegen de Mongolen, die destijds het Seltsjoekenrijk binnenvielen. Veel Arabieren en Perzen, op de vlucht voor de Mongolen, sloten zich aan bij zijn leger. Het grondgebied werd uitgebreid ten koste van het christelijke Byzantijnse Keizerrijk onder Andronicus. Het Osmaanse rijk nam in grootte toe van 1.500 km² naar 18.000 km². In 1299 stichtte Osman – volgens traditionele bronnen – het Osmaanse rijk. Osman stelde ambtenaren aan en deelde land uit aan zijn volgelingen. Het herders- en nomadenleven van de stam werd opgegeven. Als emir onderhield hij goede betrekkingen met de sultan in Konya: ze streden samen tegen het Byzantijnse Rijk. In 1304 veroverde hij Nicea, nu gekend als Iznik. In 1317 droeg hij het bevel over aan zijn zoon Orhan. Osman werd begraven onder een zilveren koepel, zoals hij voor zijn dood te kennen had gegeven. De stad Bursa kreeg een belangrijke functie als begraafplaats voor leden van de Ottomaanse dynastie. Onder zijn nakomelingen zou Turkije een enorm wereldrijk worden met een dynastie die meer dan zes eeuwen zou bestaan en heersen. Tussen 1918 en 1940 was Chisinau Roemeens. In 1940 werd het Roemeense Bessarabië geannexeerd door de Sovjet-Unie en het grootste deel ervan bij de al bestaande deelrepubliek Moldavië gevoegd. Chisinau werd er de hoofdstad van. Op 21 augustus 1991 verklaarde Moldavië zich onafhankelijk, waarbij Chisinau de hoofdstad bleef. We arriveren om zeven uur in de avond en reizen meteen naar ons hotel. De volgende dag hebben we afgesproken met journalist Georgi Hunescae. Hij schreef vorig jaar een bestseller over concentratieproblemen. Georgi ontvangt ons op zijn kantoor in een oud herenhuis in de binnenstad. De voorgevel van het pand is typisch neoclassicistisch. Het neoclassicisme was aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw een stroming in de kunst, waarin opnieuw de vermeende puurheid van de klassieken werd nagestreefd. Men richtte zich daarbij met name op de (bouw)kunst van de oude Grieken en Romeinen. Beroemde neoclassicistische kunstenaars zijn de Franse schilders Jacques Louis David en Jean Aguste Dominique Ingres, en de in Rome werkzame beeldhouwers Antonio Canova en Bertel Thorvaldsen. Georgi ontvangt ons hartelijk. Plotseling gaat zijn telefoon. De ringtone is ‘Eine kleine nachtmusik’, een serenade die Mozart schreef in 1787. Het is geschreven voor een kamermuziekensemble bestaande uit twee violen, altviool en cello, eventueel aangevuld met een contrabas. Het stuk wordt ook vaak uitgevoerd door strijkorkesten. Eine kleine Nachtmusik is één van de populairste werken van Mozart. Het is niet bekend waarom of voor wie Mozart dit muziekstuk componeerde. Georgi vertelt hoe hij op het idee kwam voor zijn boek: “Ik begon na te denken over dit thema toen ik een aantal jaar geleden een artikel aan het lezen was over celdeling bij het influenzavirus. Toen ik halverwege was, merkte ik dat mijn aandacht begon te verslappen omdat ik de tekst te langdradig vond. Ik ben toen wel door blijven lezen, omdat ik niet zo’n slappeling wilde zijn die gelijk afhaakt bij een iets langer artikel. Uiteindelijk heb ik de tekst helemaal uitgelezen, maar achteraf had ik toch een beetje het idee dat ik mijn tijd verspild had.”
De gemiddelde Nederlander is steeds sneller afgeleid. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat ons vermogen om een saaie tekst uit te lezen de laatste tien jaar met twintig procent is afgenomen. Psychologen spreken zelfs van een nationale afleidingsepidemie. Ronald van der Overeem is hoogleraar Sociale Psychologie in Groningen. We spreken hem op zijn boerderij in het Groningse Noordhorn, een pittoresk dorpje met een kerk uit de dertiende eeuw. De toren dateert van 1765. We arriveren om kwart over drie in de middag. De zon schijnt, de hond blaft ons welkom en Van der Overeem ontvangt ons hartelijk. Hij vindt dat het probleem van concentratiegebrek al jaren onderschat wordt: “Eeuwenlang zijn we als mensen gewend geweest om lange en langdradige teksten tot ons te nemen. Vandaag de dag zie je dat steeds meer mensen het vermogen zijn kwijtgeraakt om de concentratie daarvoor op te brengen. Uiteindelijk leidt dit tot een verminderde productiviteit en een verhoogde kans op een burn-out of een depressie. Op jaarbasis kost dit de samenleving ontzettend veel geld. Toch zie je dat de overheid geen enkele maatregelen neemt op dit punt. Ik vind dat onbegrijpelijk.” We drinken koffie, de sfeer is gemoedelijk. Niet veel later komt de vrouw van de hoogleraar de kamer binnen. Ze heeft een Turkmeens uiterlijk en serveert roze koeken. Volgens Van der Overeem zijn er verschillende oorzaken voor het verminderde concentratievermogen van de gemiddelde Nederlander: “De samenleving is in de afgelopen decennia natuurlijk enorm veranderd. We krijgen steeds meer informatie op ons af, op steeds meer manieren. De hele dag word je bestookt met beelden en teksten die je aandacht opeisen. Denk bijvoorbeeld aan reclame-uitingen op straat, de autoradio, of de televisie. Verder is de opkomst van het internet en met name de smartphone cruciaal in deze ontwikkeling.” Lachend nemen we afscheid. Universitair docent Nieuwe Media Jellie Grasvoort (Universiteit van Amsterdam) sluit zich aan bij de woorden van Van der Overeem. Tot twee keer toe moeten we de afspraak verschuiven, omdat er iets tussenkomt. Op maandagmiddag lukt het eindelijk om elkaar te spreken. Ze denkt dat de intrede van de smartphone funest is geweest voor de concentratie van mensen: “In de middeleeuwen had je natuurlijk niet al die afleidingen die zo kenmerkend zijn geworden voor het jachtige bestaan dat we vandaag de dag leiden. Een monnik uit de dertiende eeuw kon soms veertien uur per dag onafgebroken bezig zijn met het bestuderen van een handschrift. Nu zou dat onmogelijk zijn, om de doodeenvoudige reden dat onze hersenen er niet meer op ingesteld zijn om zo lang met één taak bezig te zijn. Het duidelijkst zie je dit bij kinderen. Leerkrachten op de basisschool klagen steen en been dat kinderen niet meer stil kunnen zitten. Ze zijn voortdurend bezig met hun telefoon of met hun iPad. Uiteindelijk gaat dit ten koste van hun leerprestaties en dat is natuurlijk een zorgwekkende ontwikkeling.” Ook in Moldavië speelt het probleem. We reizen af naar het Oost-Europese land om te onderzoeken hoe de Moldavische samenleving lamgelegd wordt door het collectieve concentratiegebrek. Op dinsdagmiddag reizen we met de taxi naar Schiphol. Daar stappen we op het vliegtuig naar Chisinau, de hoofdstad van het voornoemde Moldavië. Chisinau heeft een vochtig landklimaat, dat zich kenmerkt door hete droge zomers en windige koude winters. De wintertemperaturen liggen vaak beneden de 0°C, maar dalen zelden onder de −10°C. In de zomer ligt de gemiddelde temperatuur rond de 25°C, maar kan midden in de zomer in het stadscentrum soms oplopen tot 35 à 40°C. De gemiddelde neerslag en luchtvochtigheid is laag in de zomer, maar soms kunnen zich er dan wel zware stormen voordoen. In de lente en herfst variëren de temperaturen tussen de 16 en 24°C en er is minder neerslag dan in de zomer, maar deze neerslag valt wel tijdens langere periodes. De stad werd gesticht in de vijftiende eeuw en hoorde jarenlang bij het Ottomaanse rijk. Het Ottomaanse Rijk was een wereldrijk tussen de veertiende en de twintigste eeuw en bij de grootste uitbreiding ervan besloeg het een enorm gebied in Noord-Afrika, Azië en Europa. Het Ottomaanse Rijk werd gesticht door de Oguz-Turken onder Osman I, de stamvader van de Ottomaanse dynastie en naamgever van dit rijk. Osman was onderofficier in het Seltsjoekenleger van de sultan van Rûm. Turkije bestond toen uit veel verschillende en kleine vorstendommen (beyliks). Na de dood van zijn vader werd Osman de leider van zijn Kayi-stam, in het noordwesten van Anatolië, niet ver van Constantinopel. Osman bleek een voortreffelijk legerleider te zijn en minder vredelievend dan zijn vader; hij was slim en handig en gold als een expert in wapens. Hij vocht tegen de Mongolen, die destijds het Seltsjoekenrijk binnenvielen. Veel Arabieren en Perzen, op de vlucht voor de Mongolen, sloten zich aan bij zijn leger. Het grondgebied werd uitgebreid ten koste van het christelijke Byzantijnse Keizerrijk onder Andronicus. Het Osmaanse rijk nam in grootte toe van 1.500 km² naar 18.000 km². In 1299 stichtte Osman – volgens traditionele bronnen – het Osmaanse rijk. Osman stelde ambtenaren aan en deelde land uit aan zijn volgelingen. Het herders- en nomadenleven van de stam werd opgegeven. Als emir onderhield hij goede betrekkingen met de sultan in Konya: ze streden samen tegen het Byzantijnse Rijk. In 1304 veroverde hij Nicea, nu gekend als Iznik. In 1317 droeg hij het bevel over aan zijn zoon Orhan. Osman werd begraven onder een zilveren koepel, zoals hij voor zijn dood te kennen had gegeven. De stad Bursa kreeg een belangrijke functie als begraafplaats voor leden van de Ottomaanse dynastie. Onder zijn nakomelingen zou Turkije een enorm wereldrijk worden met een dynastie die meer dan zes eeuwen zou bestaan en heersen. Tussen 1918 en 1940 was Chisinau Roemeens. In 1940 werd het Roemeense Bessarabië geannexeerd door de Sovjet-Unie en het grootste deel ervan bij de al bestaande deelrepubliek Moldavië gevoegd. Chisinau werd er de hoofdstad van. Op 21 augustus 1991 verklaarde Moldavië zich onafhankelijk, waarbij Chisinau de hoofdstad bleef. We arriveren om zeven uur in de avond en reizen meteen naar ons hotel. De volgende dag hebben we afgesproken met journalist Georgi Hunescae. Hij schreef vorig jaar een bestseller over concentratieproblemen. Georgi ontvangt ons op zijn kantoor in een oud herenhuis in de binnenstad. De voorgevel van het pand is typisch neoclassicistisch. Het neoclassicisme was aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw een stroming in de kunst, waarin opnieuw de vermeende puurheid van de klassieken werd nagestreefd. Men richtte zich daarbij met name op de (bouw)kunst van de oude Grieken en Romeinen. Beroemde neoclassicistische kunstenaars zijn de Franse schilders Jacques Louis David en Jean Aguste Dominique Ingres, en de in Rome werkzame beeldhouwers Antonio Canova en Bertel Thorvaldsen. Georgi ontvangt ons hartelijk. Plotseling gaat zijn telefoon. De ringtone is ‘Eine kleine nachtmusik’, een serenade die Mozart schreef in 1787. Het is geschreven voor een kamermuziekensemble bestaande uit twee violen, altviool en cello, eventueel aangevuld met een contrabas. Het stuk wordt ook vaak uitgevoerd door strijkorkesten. Eine kleine Nachtmusik is één van de populairste werken van Mozart. Het is niet bekend waarom of voor wie Mozart dit muziekstuk componeerde. Georgi vertelt hoe hij op het idee kwam voor zijn boek: “Ik begon na te denken over dit thema toen ik een aantal jaar geleden een artikel aan het lezen was over celdeling bij het influenzavirus. Toen ik halverwege was, merkte ik dat mijn aandacht begon te verslappen omdat ik de tekst te langdradig vond. Ik ben toen wel door blijven lezen, omdat ik niet zo’n slappeling wilde zijn die gelijk afhaakt bij een iets langer artikel. Uiteindelijk heb ik de tekst helemaal uitgelezen, maar achteraf had ik toch een beetje het idee dat ik mijn tijd verspild had.”

V
De gemiddelde Nederlander is steeds sneller afgeleid. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat ons vermogen om een saaie tekst uit te lezen de laatste tien jaar met twintig procent is afgenomen. Psychologen spreken zelfs van een nationale afleidingsepidemie. Ronald van der Overeem is hoogleraar Sociale Psychologie in Groningen. We spreken hem op zijn boerderij in het Groningse Noordhorn, een pittoresk dorpje met een kerk uit de dertiende eeuw. De toren dateert van 1765. We arriveren om kwart over drie in de middag. De zon schijnt, de hond blaft ons welkom en Van der Overeem ontvangt ons hartelijk. Hij vindt dat het probleem van concentratiegebrek al jaren onderschat wordt: “Eeuwenlang zijn we als mensen gewend geweest om lange en langdradige teksten tot ons te nemen. Vandaag de dag zie je dat steeds meer mensen het vermogen zijn kwijtgeraakt om de concentratie daarvoor op te brengen. Uiteindelijk leidt dit tot een verminderde productiviteit en een verhoogde kans op een burn-out of een depressie. Op jaarbasis kost dit de samenleving ontzettend veel geld. Toch zie je dat de overheid geen enkele maatregelen neemt op dit punt. Ik vind dat onbegrijpelijk.” We drinken koffie, de sfeer is gemoedelijk. Niet veel later komt de vrouw van de hoogleraar de kamer binnen. Ze heeft een Turkmeens uiterlijk en serveert roze koeken. Volgens Van der Overeem zijn er verschillende oorzaken voor het verminderde concentratievermogen van de gemiddelde Nederlander: “De samenleving is in de afgelopen decennia natuurlijk enorm veranderd. We krijgen steeds meer informatie op ons af, op steeds meer manieren. De hele dag word je bestookt met beelden en teksten die je aandacht opeisen. Denk bijvoorbeeld aan reclame-uitingen op straat, de autoradio, of de televisie. Verder is de opkomst van het internet en met name de smartphone cruciaal in deze ontwikkeling.” Lachend nemen we afscheid. Universitair docent Nieuwe Media Jellie Grasvoort (Universiteit van Amsterdam) sluit zich aan bij de woorden van Van der Overeem. Tot twee keer toe moeten we de afspraak verschuiven, omdat er iets tussenkomt. Op maandagmiddag lukt het eindelijk om elkaar te spreken. Ze denkt dat de intrede van de smartphone funest is geweest voor de concentratie van mensen: “In de middeleeuwen had je natuurlijk niet al die afleidingen die zo kenmerkend zijn geworden voor het jachtige bestaan dat we vandaag de dag leiden. Een monnik uit de dertiende eeuw kon soms veertien uur per dag onafgebroken bezig zijn met het bestuderen van een handschrift. Nu zou dat onmogelijk zijn, om de doodeenvoudige reden dat onze hersenen er niet meer op ingesteld zijn om zo lang met één taak bezig te zijn. Het duidelijkst zie je dit bij kinderen. Leerkrachten op de basisschool klagen steen en been dat kinderen niet meer stil kunnen zitten. Ze zijn voortdurend bezig met hun telefoon of met hun iPad. Uiteindelijk gaat dit ten koste van hun leerprestaties en dat is natuurlijk een zorgwekkende ontwikkeling.” Ook in Moldavië speelt het probleem. We reizen af naar het Oost-Europese land om te onderzoeken hoe de Moldavische samenleving lamgelegd wordt door het collectieve concentratiegebrek.
De gemiddelde Nederlander is steeds sneller afgeleid. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat ons vermogen om een saaie tekst uit te lezen de laatste tien jaar met twintig procent is afgenomen. Psychologen spreken zelfs van een nationale afleidingsepidemie. Ronald van der Overeem is hoogleraar Sociale Psychologie in Groningen. We spreken hem op zijn boerderij in het Groningse Noordhorn, een pittoresk dorpje met een kerk uit de dertiende eeuw. De toren dateert van 1765. We arriveren om kwart over drie in de middag. De zon schijnt, de hond blaft ons welkom en Van der Overeem ontvangt ons hartelijk. Hij vindt dat het probleem van concentratiegebrek al jaren onderschat wordt: “Eeuwenlang zijn we als mensen gewend geweest om lange en langdradige teksten tot ons te nemen. Vandaag de dag zie je dat steeds meer mensen het vermogen zijn kwijtgeraakt om de concentratie daarvoor op te brengen. Uiteindelijk leidt dit tot een verminderde productiviteit en een verhoogde kans op een burn-out of een depressie. Op jaarbasis kost dit de samenleving ontzettend veel geld. Toch zie je dat de overheid geen enkele maatregelen neemt op dit punt. Ik vind dat onbegrijpelijk.” We drinken koffie, de sfeer is gemoedelijk. Niet veel later komt de vrouw van de hoogleraar de kamer binnen. Ze heeft een Turkmeens uiterlijk en serveert roze koeken. Volgens Van der Overeem zijn er verschillende oorzaken voor het verminderde concentratievermogen van de gemiddelde Nederlander: “De samenleving is in de afgelopen decennia natuurlijk enorm veranderd. We krijgen steeds meer informatie op ons af, op steeds meer manieren. De hele dag word je bestookt met beelden en teksten die je aandacht opeisen. Denk bijvoorbeeld aan reclame-uitingen op straat, de autoradio, of de televisie. Verder is de opkomst van het internet en met name de smartphone cruciaal in deze ontwikkeling.” Lachend nemen we afscheid. Universitair docent Nieuwe Media Jellie Grasvoort (Universiteit van Amsterdam) sluit zich aan bij de woorden van Van der Overeem. Tot twee keer toe moeten we de afspraak verschuiven, omdat er iets tussenkomt. Op maandagmiddag lukt het eindelijk om elkaar te spreken. Ze denkt dat de intrede van de smartphone funest is geweest voor de concentratie van mensen: “In de middeleeuwen had je natuurlijk niet al die afleidingen die zo kenmerkend zijn geworden voor het jachtige bestaan dat we vandaag de dag leiden. Een monnik uit de dertiende eeuw kon soms veertien uur per dag onafgebroken bezig zijn met het bestuderen van een handschrift. Nu zou dat onmogelijk zijn, om de doodeenvoudige reden dat onze hersenen er niet meer op ingesteld zijn om zo lang met één taak bezig te zijn. Het duidelijkst zie je dit bij kinderen. Leerkrachten op de basisschool klagen steen en been dat kinderen niet meer stil kunnen zitten. Ze zijn voortdurend bezig met hun telefoon of met hun iPad. Uiteindelijk gaat dit ten koste van hun leerprestaties en dat is natuurlijk een zorgwekkende ontwikkeling.” Ook in Moldavië speelt het probleem. We reizen af naar het Oost-Europese land om te onderzoeken hoe de Moldavische samenleving lamgelegd wordt door het collectieve concentratiegebrek. Op dinsdagmiddag reizen we met de taxi naar Schiphol. Daar stappen we op het vliegtuig naar Chisinau, de hoofdstad van het voornoemde Moldavië. Chisinau heeft een vochtig landklimaat, dat zich kenmerkt door hete droge zomers en windige koude winters. De wintertemperaturen liggen vaak beneden de 0°C, maar dalen zelden onder de −10°C. In de zomer ligt de gemiddelde temperatuur rond de 25°C, maar kan midden in de zomer in het stadscentrum soms oplopen tot 35 à 40°C. De gemiddelde neerslag en luchtvochtigheid is laag in de zomer, maar soms kunnen zich er dan wel zware stormen voordoen. In de lente en herfst variëren de temperaturen tussen de 16 en 24°C en er is minder neerslag dan in de zomer, maar deze neerslag valt wel tijdens langere periodes. De stad werd gesticht in de vijftiende eeuw en hoorde jarenlang bij het Ottomaanse rijk. Het Ottomaanse Rijk was een wereldrijk tussen de veertiende en de twintigste eeuw en bij de grootste uitbreiding ervan besloeg het een enorm gebied in Noord-Afrika, Azië en Europa. Het Ottomaanse Rijk werd gesticht door de Oguz-Turken onder Osman I, de stamvader van de Ottomaanse dynastie en naamgever van dit rijk. Osman was onderofficier in het Seltsjoekenleger van de sultan van Rûm. Turkije bestond toen uit veel verschillende en kleine vorstendommen (beyliks). Na de dood van zijn vader werd Osman de leider van zijn Kayi-stam, in het noordwesten van Anatolië, niet ver van Constantinopel. Osman bleek een voortreffelijk legerleider te zijn en minder vredelievend dan zijn vader; hij was slim en handig en gold als een expert in wapens. Hij vocht tegen de Mongolen, die destijds het Seltsjoekenrijk binnenvielen. Veel Arabieren en Perzen, op de vlucht voor de Mongolen, sloten zich aan bij zijn leger. Het grondgebied werd uitgebreid ten koste van het christelijke Byzantijnse Keizerrijk onder Andronicus. Het Osmaanse rijk nam in grootte toe van 1.500 km² naar 18.000 km². In 1299 stichtte Osman – volgens traditionele bronnen – het Osmaanse rijk. Osman stelde ambtenaren aan en deelde land uit aan zijn volgelingen. Het herders- en nomadenleven van de stam werd opgegeven. Als emir onderhield hij goede betrekkingen met de sultan in Konya: ze streden samen tegen het Byzantijnse Rijk. In 1304 veroverde hij Nicea, nu gekend als Iznik. In 1317 droeg hij het bevel over aan zijn zoon Orhan. Osman werd begraven onder een zilveren koepel, zoals hij voor zijn dood te kennen had gegeven. De stad Bursa kreeg een belangrijke functie als begraafplaats voor leden van de Ottomaanse dynastie. Onder zijn nakomelingen zou Turkije een enorm wereldrijk worden met een dynastie die meer dan zes eeuwen zou bestaan en heersen. Tussen 1918 en 1940 was Chisinau Roemeens. In 1940 werd het Roemeense Bessarabië geannexeerd door de Sovjet-Unie en het grootste deel ervan bij de al bestaande deelrepubliek Moldavië gevoegd. Chisinau werd er de hoofdstad van. Op 21 augustus 1991 verklaarde Moldavië zich onafhankelijk, waarbij Chisinau de hoofdstad bleef. We arriveren om zeven uur in de avond en reizen meteen naar ons hotel. De volgende dag hebben we afgesproken met journalist Georgi Hunescae. Hij schreef vorig jaar een bestseller over concentratieproblemen. Georgi ontvangt ons op zijn kantoor in een oud herenhuis in de binnenstad. De voorgevel van het pand is typisch neoclassicistisch. Het neoclassicisme was aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw een stroming in de kunst, waarin opnieuw de vermeende puurheid van de klassieken werd nagestreefd. Men richtte zich daarbij met name op de (bouw)kunst van de oude Grieken en Romeinen. Beroemde neoclassicistische kunstenaars zijn de Franse schilders Jacques Louis David en Jean Aguste Dominique Ingres, en de in Rome werkzame beeldhouwers Antonio Canova en Bertel Thorvaldsen. Georgi ontvangt ons hartelijk. Plotseling gaat zijn telefoon. De ringtone is ‘Eine kleine nachtmusik’, een serenade die Mozart schreef in 1787. Het is geschreven voor een kamermuziekensemble bestaande uit twee violen, altviool en cello, eventueel aangevuld met een contrabas. Het stuk wordt ook vaak uitgevoerd door strijkorkesten. Eine kleine Nachtmusik is één van de populairste werken van Mozart. Het is niet bekend waarom of voor wie Mozart dit muziekstuk componeerde. Georgi vertelt hoe hij op het idee kwam voor zijn boek: “Ik begon na te denken over dit thema toen ik een aantal jaar geleden een artikel aan het lezen was over celdeling bij het influenzavirus. Toen ik halverwege was, merkte ik dat mijn aandacht begon te verslappen omdat ik de tekst te langdradig vond. Ik ben toen wel door blijven lezen, omdat ik niet zo’n slappeling wilde zijn die gelijk afhaakt bij een iets langer artikel. Uiteindelijk heb ik de tekst helemaal uitgelezen, maar achteraf had ik toch een beetje het idee dat ik mijn tijd verspild had.”
De gemiddelde Nederlander is steeds sneller afgeleid. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat ons vermogen om een saaie tekst uit te lezen de laatste tien jaar met twintig procent is afgenomen. Psychologen spreken zelfs van een nationale afleidingsepidemie. Ronald van der Overeem is hoogleraar Sociale Psychologie in Groningen. We spreken hem op zijn boerderij in het Groningse Noordhorn, een pittoresk dorpje met een kerk uit de dertiende eeuw. De toren dateert van 1765. We arriveren om kwart over drie in de middag. De zon schijnt, de hond blaft ons welkom en Van der Overeem ontvangt ons hartelijk. Hij vindt dat het probleem van concentratiegebrek al jaren onderschat wordt: “Eeuwenlang zijn we als mensen gewend geweest om lange en langdradige teksten tot ons te nemen. Vandaag de dag zie je dat steeds meer mensen het vermogen zijn kwijtgeraakt om de concentratie daarvoor op te brengen. Uiteindelijk leidt dit tot een verminderde productiviteit en een verhoogde kans op een burn-out of een depressie. Op jaarbasis kost dit de samenleving ontzettend veel geld. Toch zie je dat de overheid geen enkele maatregelen neemt op dit punt. Ik vind dat onbegrijpelijk.” We drinken koffie, de sfeer is gemoedelijk. Niet veel later komt de vrouw van de hoogleraar de kamer binnen. Ze heeft een Turkmeens uiterlijk en serveert roze koeken. Volgens Van der Overeem zijn er verschillende oorzaken voor het verminderde concentratievermogen van de gemiddelde Nederlander: “De samenleving is in de afgelopen decennia natuurlijk enorm veranderd. We krijgen steeds meer informatie op ons af, op steeds meer manieren. De hele dag word je bestookt met beelden en teksten die je aandacht opeisen. Denk bijvoorbeeld aan reclame-uitingen op straat, de autoradio, of de televisie. Verder is de opkomst van het internet en met name de smartphone cruciaal in deze ontwikkeling.” Lachend nemen we afscheid. Universitair docent Nieuwe Media Jellie Grasvoort (Universiteit van Amsterdam) sluit zich aan bij de woorden van Van der Overeem. Tot twee keer toe moeten we de afspraak verschuiven, omdat er iets tussenkomt. Op maandagmiddag lukt het eindelijk om elkaar te spreken. Ze denkt dat de intrede van de smartphone funest is geweest voor de concentratie van mensen: “In de middeleeuwen had je natuurlijk niet al die afleidingen die zo kenmerkend zijn geworden voor het jachtige bestaan dat we vandaag de dag leiden. Een monnik uit de dertiende eeuw kon soms veertien uur per dag onafgebroken bezig zijn met het bestuderen van een handschrift. Nu zou dat onmogelijk zijn, om de doodeenvoudige reden dat onze hersenen er niet meer op ingesteld zijn om zo lang met één taak bezig te zijn. Het duidelijkst zie je dit bij kinderen. Leerkrachten op de basisschool klagen steen en been dat kinderen niet meer stil kunnen zitten. Ze zijn voortdurend bezig met hun telefoon of met hun iPad. Uiteindelijk gaat dit ten koste van hun leerprestaties en dat is natuurlijk een zorgwekkende ontwikkeling.” Ook in Moldavië speelt het probleem. We reizen af naar het Oost-Europese land om te onderzoeken hoe de Moldavische samenleving lamgelegd wordt door het collectieve concentratiegebrek. Op dinsdagmiddag reizen we met de taxi naar Schiphol. Daar stappen we op het vliegtuig naar Chisinau, de hoofdstad van het voornoemde Moldavië. Chisinau heeft een vochtig landklimaat, dat zich kenmerkt door hete droge zomers en windige koude winters. De wintertemperaturen liggen vaak beneden de 0°C, maar dalen zelden onder de −10°C. In de zomer ligt de gemiddelde temperatuur rond de 25°C, maar kan midden in de zomer in het stadscentrum soms oplopen tot 35 à 40°C. De gemiddelde neerslag en luchtvochtigheid is laag in de zomer, maar soms kunnen zich er dan wel zware stormen voordoen. In de lente en herfst variëren de temperaturen tussen de 16 en 24°C en er is minder neerslag dan in de zomer, maar deze neerslag valt wel tijdens langere periodes. De stad werd gesticht in de vijftiende eeuw en hoorde jarenlang bij het Ottomaanse rijk. Het Ottomaanse Rijk was een wereldrijk tussen de veertiende en de twintigste eeuw en bij de grootste uitbreiding ervan besloeg het een enorm gebied in Noord-Afrika, Azië en Europa. Het Ottomaanse Rijk werd gesticht door de Oguz-Turken onder Osman I, de stamvader van de Ottomaanse dynastie en naamgever van dit rijk. Osman was onderofficier in het Seltsjoekenleger van de sultan van Rûm. Turkije bestond toen uit veel verschillende en kleine vorstendommen (beyliks). Na de dood van zijn vader werd Osman de leider van zijn Kayi-stam, in het noordwesten van Anatolië, niet ver van Constantinopel. Osman bleek een voortreffelijk legerleider te zijn en minder vredelievend dan zijn vader; hij was slim en handig en gold als een expert in wapens. Hij vocht tegen de Mongolen, die destijds het Seltsjoekenrijk binnenvielen. Veel Arabieren en Perzen, op de vlucht voor de Mongolen, sloten zich aan bij zijn leger. Het grondgebied werd uitgebreid ten koste van het christelijke Byzantijnse Keizerrijk onder Andronicus. Het Osmaanse rijk nam in grootte toe van 1.500 km² naar 18.000 km². In 1299 stichtte Osman – volgens traditionele bronnen – het Osmaanse rijk. Osman stelde ambtenaren aan en deelde land uit aan zijn volgelingen. Het herders- en nomadenleven van de stam werd opgegeven. Als emir onderhield hij goede betrekkingen met de sultan in Konya: ze streden samen tegen het Byzantijnse Rijk. In 1304 veroverde hij Nicea, nu gekend als Iznik. In 1317 droeg hij het bevel over aan zijn zoon Orhan. Osman werd begraven onder een zilveren koepel, zoals hij voor zijn dood te kennen had gegeven. De stad Bursa kreeg een belangrijke functie als begraafplaats voor leden van de Ottomaanse dynastie. Onder zijn nakomelingen zou Turkije een enorm wereldrijk worden met een dynastie die meer dan zes eeuwen zou bestaan en heersen. Tussen 1918 en 1940 was Chisinau Roemeens. In 1940 werd het Roemeense Bessarabië geannexeerd door de Sovjet-Unie en het grootste deel ervan bij de al bestaande deelrepubliek Moldavië gevoegd. Chisinau werd er de hoofdstad van. Op 21 augustus 1991 verklaarde Moldavië zich onafhankelijk, waarbij Chisinau de hoofdstad bleef. We arriveren om zeven uur in de avond en reizen meteen naar ons hotel. De volgende dag hebben we afgesproken met journalist Georgi Hunescae. Hij schreef vorig jaar een bestseller over concentratieproblemen. Georgi ontvangt ons op zijn kantoor in een oud herenhuis in de binnenstad. De voorgevel van het pand is typisch neoclassicistisch. Het neoclassicisme was aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw een stroming in de kunst, waarin opnieuw de vermeende puurheid van de klassieken werd nagestreefd. Men richtte zich daarbij met name op de (bouw)kunst van de oude Grieken en Romeinen. Beroemde neoclassicistische kunstenaars zijn de Franse schilders Jacques Louis David en Jean Aguste Dominique Ingres, en de in Rome werkzame beeldhouwers Antonio Canova en Bertel Thorvaldsen. Georgi ontvangt ons hartelijk. Plotseling gaat zijn telefoon. De ringtone is ‘Eine kleine nachtmusik’, een serenade die Mozart schreef in 1787. Het is geschreven voor een kamermuziekensemble bestaande uit twee violen, altviool en cello, eventueel aangevuld met een contrabas. Het stuk wordt ook vaak uitgevoerd door strijkorkesten. Eine kleine Nachtmusik is één van de populairste werken van Mozart. Het is niet bekend waarom of voor wie Mozart dit muziekstuk componeerde. Georgi vertelt hoe hij op het idee kwam voor zijn boek: “Ik begon na te denken over dit thema toen ik een aantal jaar geleden een artikel aan het lezen was over celdeling bij het influenzavirus. Toen ik halverwege was, merkte ik dat mijn aandacht begon te verslappen omdat ik de tekst te langdradig vond. Ik ben toen wel door blijven lezen, omdat ik niet zo’n slappeling wilde zijn die gelijk afhaakt bij een iets langer artikel. Uiteindelijk heb ik de tekst helemaal uitgelezen, maar achteraf had ik toch een beetje het idee dat ik mijn tijd verspild had.”