Koos

16 dagen gestopt - 12 Jul 19

7 Dagen..??! Ja echt!

Ik post steeds weer als ik een beloning binnen heb gehengeld om 12 uur ‘s nachts.. beetje toeval hoor..ik blijf er echt niet voor op! Maar ik krijg er wel een lekker oud en nieuw gevoel van terwijl ik Oud en Nieuw normaal gesproken een vreselijk feest vind!! Nu kijk ik steeds weer uit naar uit naar mijn volgende nieuwe rookvrije dag. De beginnersstress begint nu echt af te nemen.. Vandaag in de stad gelopen vanwege outfit voor mijn dochters bruiloft.. Overal rokende mensen om me heen.. MMhh lekker hoor, terrasje, wijntje , sigaretje..Al lopend ff beetje rook opsnuiven van ergens iemand voor of naast mij..maar tegelijk ook zeker weten dat ik dit nooit meer wil doen.. Je kunt ook aan en lekkere bloem ruiken zonder hem op te eten toch…? Vooral als je weet dat je er misschien wel dood van kunt gaan..!  Bij het plotselinge beeld van een rokende moeder achter een kinderwagen schrok ik wel echt.. haar rook vond ik opeens heel intens vies en vooral heel triest…. Treurige stinkende moeder achter vale treurige babywagen met bleek uitziend kind dat ook nog eens een rare vervorming in haar gezichtje had ..arm kind..en wat een vreselijke vieze stinkrook!!! Soms maak je jezelf wijs dat rook lekker is..Maar alle rook is natuurlijk net zo vies als dat van die treurige moeder.. Het zijn je hersenen die je wijs maken dat rook lekker is op het moment dat je die rook combineert met de aanblik van een gezellige terrassfeer, wijntjes en lachende ‘gezonde’ jonge mensen. Laten we eerlijk wezen..een jonge vlotte roker ziet er in vergelijking met de bijna altijd verlepte, gerimpelde en vaal uitziende oudere roker met doffe ogen en gelige tanden, toch uit alsof roken alleen maar gezelligheid met zich meebrengt en bijna gezond ontspannen zou zijn ? Dat is dus meteen een hele gemene valkuil! Veel erger misschien nog wel dan die van alcohol en drugs.. Als je daar net zo verslaafd aan zou zijn als wij aan de sigaretten, zou je niet meer kunnen functioneren…toch?  Word je opgeveegd van de straat .. Er ligt weer een nieuwe rookvrije vrolijke dag ligt op ons wachten! ENJOY!!

Kanjer

3389 dagen gestopt -

Geweldig dit verhaal, goede mindset !


Jodie04

547 dagen gestopt -

Mooi blog weer Koos, fijne dag ( voorbereiding) gewenst…


Mn

123 dagen gestopt -

Je gaat zeer voorspoedig van mijlpaal naar mijlpaal.
Heb er alle vertrouwen in dat de “beloningen blogs” talrijk zullen zijn.


Ladygogo

141 dagen gestopt -

Knijp nog maar eens in beide bovenarmen en ècht, van oud naar nieuw is verbazingwekkend.  Elk oud laagje dat je af pelt op weg naar nieuw is er eentje. De ene keer is het bikkelen, een andere keer glijdt het van je af.
Reuze nieuwsgierig wie er onder zit. Een rook vrije ik en daar doen we het voor.
Tralalaaa je kunt in weken tellen en hoppa door naar je volgende beloning.


Smeniekske

293 dagen gestopt -

Je hebt die eerste lastige week overleefd! Dat is echt zo supergoed! Gefeliciteerd en ga zo door!


Filosofietje

Geen stop status -

De gemiddelde Nederlander is steeds sneller afgeleid. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat ons vermogen om een saaie tekst uit te lezen de laatste tien jaar met twintig procent is afgenomen. Psychologen spreken zelfs van een nationale afleidingsepidemie. Ronald van der Overeem is hoogleraar Sociale Psychologie in Groningen. We spreken hem op zijn boerderij in het Groningse Noordhorn, een pittoresk dorpje met een kerk uit de dertiende eeuw. De toren dateert van 1765. We arriveren om kwart over drie in de middag. De zon schijnt, de hond blaft ons welkom en Van der Overeem ontvangt ons hartelijk. Hij vindt dat het probleem van concentratiegebrek al jaren onderschat wordt: “Eeuwenlang zijn we als mensen gewend geweest om lange en langdradige teksten tot ons te nemen. Vandaag de dag zie je dat steeds meer mensen het vermogen zijn kwijtgeraakt om de concentratie daarvoor op te brengen. Uiteindelijk leidt dit tot een verminderde productiviteit en een verhoogde kans op een burn-out of een depressie. Op jaarbasis kost dit de samenleving ontzettend veel geld. Toch zie je dat de overheid geen enkele maatregelen neemt op dit punt. Ik vind dat onbegrijpelijk.” We drinken koffie, de sfeer is gemoedelijk. Niet veel later komt de vrouw van de hoogleraar de kamer binnen. Ze heeft een Turkmeens uiterlijk en serveert roze koeken. Volgens Van der Overeem zijn er verschillende oorzaken voor het verminderde concentratievermogen van de gemiddelde Nederlander: “De samenleving is in de afgelopen decennia natuurlijk enorm veranderd. We krijgen steeds meer informatie op ons af, op steeds meer manieren. De hele dag word je bestookt met beelden en teksten die je aandacht opeisen. Denk bijvoorbeeld aan reclame-uitingen op straat, de autoradio, of de televisie. Verder is de opkomst van het internet en met name de smartphone cruciaal in deze ontwikkeling.” Lachend nemen we afscheid. Universitair docent Nieuwe Media Jellie Grasvoort (Universiteit van Amsterdam) sluit zich aan bij de woorden van Van der Overeem. Tot twee keer toe moeten we de afspraak verschuiven, omdat er iets tussenkomt. Op maandagmiddag lukt het eindelijk om elkaar te spreken. Ze denkt dat de intrede van de smartphone funest is geweest voor de concentratie van mensen: “In de middeleeuwen had je natuurlijk niet al die afleidingen die zo kenmerkend zijn geworden voor het jachtige bestaan dat we vandaag de dag leiden. Een monnik uit de dertiende eeuw kon soms veertien uur per dag onafgebroken bezig zijn met het bestuderen van een handschrift. Nu zou dat onmogelijk zijn, om de doodeenvoudige reden dat onze hersenen er niet meer op ingesteld zijn om zo lang met één taak bezig te zijn. Het duidelijkst zie je dit bij kinderen. Leerkrachten op de basisschool klagen steen en been dat kinderen niet meer stil kunnen zitten. Ze zijn voortdurend bezig met hun telefoon of met hun iPad. Uiteindelijk gaat dit ten koste van hun leerprestaties en dat is natuurlijk een zorgwekkende ontwikkeling.” Ook in Moldavië speelt het probleem. We reizen af naar het Oost-Europese land om te onderzoeken hoe de Moldavische samenleving lamgelegd wordt door het collectieve concentratiegebrek. Op dinsdagmiddag reizen we met de taxi naar Schiphol. Daar stappen we op het vliegtuig naar Chisinau, de hoofdstad van het voornoemde Moldavië. Chisinau heeft een vochtig landklimaat, dat zich kenmerkt door hete droge zomers en windige koude winters. De wintertemperaturen liggen vaak beneden de 0°C, maar dalen zelden onder de −10°C. In de zomer ligt de gemiddelde temperatuur rond de 25°C, maar kan midden in de zomer in het stadscentrum soms oplopen tot 35 à 40°C. De gemiddelde neerslag en luchtvochtigheid is laag in de zomer, maar soms kunnen zich er dan wel zware stormen voordoen. In de lente en herfst variëren de temperaturen tussen de 16 en 24°C en er is minder neerslag dan in de zomer, maar deze neerslag valt wel tijdens langere periodes. De stad werd gesticht in de vijftiende eeuw en hoorde jarenlang bij het Ottomaanse rijk. Het Ottomaanse Rijk was een wereldrijk tussen de veertiende en de twintigste eeuw en bij de grootste uitbreiding ervan besloeg het een enorm gebied in Noord-Afrika, Azië en Europa. Het Ottomaanse Rijk werd gesticht door de Oguz-Turken onder Osman I, de stamvader van de Ottomaanse dynastie en naamgever van dit rijk. Osman was onderofficier in het Seltsjoekenleger van de sultan van Rûm. Turkije bestond toen uit veel verschillende en kleine vorstendommen (beyliks). Na de dood van zijn vader werd Osman de leider van zijn Kayi-stam, in het noordwesten van Anatolië, niet ver van Constantinopel. Osman bleek een voortreffelijk legerleider te zijn en minder vredelievend dan zijn vader; hij was slim en handig en gold als een expert in wapens. Hij vocht tegen de Mongolen, die destijds het Seltsjoekenrijk binnenvielen. Veel Arabieren en Perzen, op de vlucht voor de Mongolen, sloten zich aan bij zijn leger. Het grondgebied werd uitgebreid ten koste van het christelijke Byzantijnse Keizerrijk onder Andronicus. Het Osmaanse rijk nam in grootte toe van 1.500 km² naar 18.000 km². In 1299 stichtte Osman – volgens traditionele bronnen – het Osmaanse rijk. Osman stelde ambtenaren aan en deelde land uit aan zijn volgelingen. Het herders- en nomadenleven van de stam werd opgegeven. Als emir onderhield hij goede betrekkingen met de sultan in Konya: ze streden samen tegen het Byzantijnse Rijk. In 1304 veroverde hij Nicea, nu gekend als Iznik. In 1317 droeg hij het bevel over aan zijn zoon Orhan. Osman werd begraven onder een zilveren koepel, zoals hij voor zijn dood te kennen had gegeven. De stad Bursa kreeg een belangrijke functie als begraafplaats voor leden van de Ottomaanse dynastie. Onder zijn nakomelingen zou Turkije een enorm wereldrijk worden met een dynastie die meer dan zes eeuwen zou bestaan en heersen. Tussen 1918 en 1940 was Chisinau Roemeens. In 1940 werd het Roemeense Bessarabië geannexeerd door de Sovjet-Unie en het grootste deel ervan bij de al bestaande deelrepubliek Moldavië gevoegd. Chisinau werd er de hoofdstad van. Op 21 augustus 1991 verklaarde Moldavië zich onafhankelijk, waarbij Chisinau de hoofdstad bleef. We arriveren om zeven uur in de avond en reizen meteen naar ons hotel. De volgende dag hebben we afgesproken met journalist Georgi Hunescae. Hij schreef vorig jaar een bestseller over concentratieproblemen. Georgi ontvangt ons op zijn kantoor in een oud herenhuis in de binnenstad. De voorgevel van het pand is typisch neoclassicistisch. Het neoclassicisme was aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw een stroming in de kunst, waarin opnieuw de vermeende puurheid van de klassieken werd nagestreefd. Men richtte zich daarbij met name op de (bouw)kunst van de oude Grieken en Romeinen. Beroemde neoclassicistische kunstenaars zijn de Franse schilders Jacques Louis David en Jean Aguste Dominique Ingres, en de in Rome werkzame beeldhouwers Antonio Canova en Bertel Thorvaldsen. Georgi ontvangt ons hartelijk. Plotseling gaat zijn telefoon. De ringtone is ‘Eine kleine nachtmusik’, een serenade die Mozart schreef in 1787. Het is geschreven voor een kamermuziekensemble bestaande uit twee violen, altviool en cello, eventueel aangevuld met een contrabas. Het stuk wordt ook vaak uitgevoerd door strijkorkesten. Eine kleine Nachtmusik is één van de populairste werken van Mozart. Het is niet bekend waarom of voor wie Mozart dit muziekstuk componeerde. Georgi vertelt hoe hij op het idee kwam voor zijn boek: “Ik begon na te denken over dit thema toen ik een aantal jaar geleden een artikel aan het lezen was over celdeling bij het influenzavirus. Toen ik halverwege was, merkte ik dat mijn aandacht begon te verslappen omdat ik de tekst te langdradig vond. Ik ben toen wel door blijven lezen, omdat ik niet zo’n slappeling wilde zijn die gelijk afhaakt bij een iets langer artikel. Uiteindelijk heb ik de tekst helemaal uitgelezen, maar achteraf had ik toch een beetje het idee dat ik mijn tijd verspild had.”
De gemiddelde Nederlander is steeds sneller afgeleid. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat ons vermogen om een saaie tekst uit te lezen de laatste tien jaar met twintig procent is afgenomen. Psychologen spreken zelfs van een nationale afleidingsepidemie. Ronald van der Overeem is hoogleraar Sociale Psychologie in Groningen. We spreken hem op zijn boerderij in het Groningse Noordhorn, een pittoresk dorpje met een kerk uit de dertiende eeuw. De toren dateert van 1765. We arriveren om kwart over drie in de middag. De zon schijnt, de hond blaft ons welkom en Van der Overeem ontvangt ons hartelijk. Hij vindt dat het probleem van concentratiegebrek al jaren onderschat wordt: “Eeuwenlang zijn we als mensen gewend geweest om lange en langdradige teksten tot ons te nemen. Vandaag de dag zie je dat steeds meer mensen het vermogen zijn kwijtgeraakt om de concentratie daarvoor op te brengen. Uiteindelijk leidt dit tot een verminderde productiviteit en een verhoogde kans op een burn-out of een depressie. Op jaarbasis kost dit de samenleving ontzettend veel geld. Toch zie je dat de overheid geen enkele maatregelen neemt op dit punt. Ik vind dat onbegrijpelijk.” We drinken koffie, de sfeer is gemoedelijk. Niet veel later komt de vrouw van de hoogleraar de kamer binnen. Ze heeft een Turkmeens uiterlijk en serveert roze koeken. Volgens Van der Overeem zijn er verschillende oorzaken voor het verminderde concentratievermogen van de gemiddelde Nederlander: “De samenleving is in de afgelopen decennia natuurlijk enorm veranderd. We krijgen steeds meer informatie op ons af, op steeds meer manieren. De hele dag word je bestookt met beelden en teksten die je aandacht opeisen. Denk bijvoorbeeld aan reclame-uitingen op straat, de autoradio, of de televisie. Verder is de opkomst van het internet en met name de smartphone cruciaal in deze ontwikkeling.” Lachend nemen we afscheid. Universitair docent Nieuwe Media Jellie Grasvoort (Universiteit van Amsterdam) sluit zich aan bij de woorden van Van der Overeem. Tot twee keer toe moeten we de afspraak verschuiven, omdat er iets tussenkomt. Op maandagmiddag lukt het eindelijk om elkaar te spreken. Ze denkt dat de intrede van de smartphone funest is geweest voor de concentratie van mensen: “In de middeleeuwen had je natuurlijk niet al die afleidingen die zo kenmerkend zijn geworden voor het jachtige bestaan dat we vandaag de dag leiden. Een monnik uit de dertiende eeuw kon soms veertien uur per dag onafgebroken bezig zijn met het bestuderen van een handschrift. Nu zou dat onmogelijk zijn, om de doodeenvoudige reden dat onze hersenen er niet meer op ingesteld zijn om zo lang met één taak bezig te zijn. Het duidelijkst zie je dit bij kinderen. Leerkrachten op de basisschool klagen steen en been dat kinderen niet meer stil kunnen zitten. Ze zijn voortdurend bezig met hun telefoon of met hun iPad. Uiteindelijk gaat dit ten koste van hun leerprestaties en dat is natuurlijk een zorgwekkende ontwikkeling.” Ook in Moldavië speelt het probleem. We reizen af naar het Oost-Europese land om te onderzoeken hoe de Moldavische samenleving lamgelegd wordt door het collectieve concentratiegebrek. Op dinsdagmiddag reizen we met de taxi naar Schiphol. Daar stappen we op het vliegtuig naar Chisinau, de hoofdstad van het voornoemde Moldavië. Chisinau heeft een vochtig landklimaat, dat zich kenmerkt door hete droge zomers en windige koude winters. De wintertemperaturen liggen vaak beneden de 0°C, maar dalen zelden onder de −10°C. In de zomer ligt de gemiddelde temperatuur rond de 25°C, maar kan midden in de zomer in het stadscentrum soms oplopen tot 35 à 40°C. De gemiddelde neerslag en luchtvochtigheid is laag in de zomer, maar soms kunnen zich er dan wel zware stormen voordoen. In de lente en herfst variëren de temperaturen tussen de 16 en 24°C en er is minder neerslag dan in de zomer, maar deze neerslag valt wel tijdens langere periodes. De stad werd gesticht in de vijftiende eeuw en hoorde jarenlang bij het Ottomaanse rijk. Het Ottomaanse Rijk was een wereldrijk tussen de veertiende en de twintigste eeuw en bij de grootste uitbreiding ervan besloeg het een enorm gebied in Noord-Afrika, Azië en Europa. Het Ottomaanse Rijk werd gesticht door de Oguz-Turken onder Osman I, de stamvader van de Ottomaanse dynastie en naamgever van dit rijk. Osman was onderofficier in het Seltsjoekenleger van de sultan van Rûm. Turkije bestond toen uit veel verschillende en kleine vorstendommen (beyliks). Na de dood van zijn vader werd Osman de leider van zijn Kayi-stam, in het noordwesten van Anatolië, niet ver van Constantinopel. Osman bleek een voortreffelijk legerleider te zijn en minder vredelievend dan zijn vader; hij was slim en handig en gold als een expert in wapens. Hij vocht tegen de Mongolen, die destijds het Seltsjoekenrijk binnenvielen. Veel Arabieren en Perzen, op de vlucht voor de Mongolen, sloten zich aan bij zijn leger. Het grondgebied werd uitgebreid ten koste van het christelijke Byzantijnse Keizerrijk onder Andronicus. Het Osmaanse rijk nam in grootte toe van 1.500 km² naar 18.000 km². In 1299 stichtte Osman – volgens traditionele bronnen – het Osmaanse rijk. Osman stelde ambtenaren aan en deelde land uit aan zijn volgelingen. Het herders- en nomadenleven van de stam werd opgegeven. Als emir onderhield hij goede betrekkingen met de sultan in Konya: ze streden samen tegen het Byzantijnse Rijk. In 1304 veroverde hij Nicea, nu gekend als Iznik. In 1317 droeg hij het bevel over aan zijn zoon Orhan. Osman werd begraven onder een zilveren koepel, zoals hij voor zijn dood te kennen had gegeven. De stad Bursa kreeg een belangrijke functie als begraafplaats voor leden van de Ottomaanse dynastie. Onder zijn nakomelingen zou Turkije een enorm wereldrijk worden met een dynastie die meer dan zes eeuwen zou bestaan en heersen. Tussen 1918 en 1940 was Chisinau Roemeens. In 1940 werd het Roemeense Bessarabië geannexeerd door de Sovjet-Unie en het grootste deel ervan bij de al bestaande deelrepubliek Moldavië gevoegd. Chisinau werd er de hoofdstad van. Op 21 augustus 1991 verklaarde Moldavië zich onafhankelijk, waarbij Chisinau de hoofdstad bleef. We arriveren om zeven uur in de avond en reizen meteen naar ons hotel. De volgende dag hebben we afgesproken met journalist Georgi Hunescae. Hij schreef vorig jaar een bestseller over concentratieproblemen. Georgi ontvangt ons op zijn kantoor in een oud herenhuis in de binnenstad. De voorgevel van het pand is typisch neoclassicistisch. Het neoclassicisme was aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw een stroming in de kunst, waarin opnieuw de vermeende puurheid van de klassieken werd nagestreefd. Men richtte zich daarbij met name op de (bouw)kunst van de oude Grieken en Romeinen. Beroemde neoclassicistische kunstenaars zijn de Franse schilders Jacques Louis David en Jean Aguste Dominique Ingres, en de in Rome werkzame beeldhouwers Antonio Canova en Bertel Thorvaldsen. Georgi ontvangt ons hartelijk. Plotseling gaat zijn telefoon. De ringtone is ‘Eine kleine nachtmusik’, een serenade die Mozart schreef in 1787. Het is geschreven voor een kamermuziekensemble bestaande uit twee violen, altviool en cello, eventueel aangevuld met een contrabas. Het stuk wordt ook vaak uitgevoerd door strijkorkesten. Eine kleine Nachtmusik is één van de populairste werken van Mozart. Het is niet bekend waarom of voor wie Mozart dit muziekstuk componeerde. Georgi vertelt hoe hij op het idee kwam voor zijn boek: “Ik begon na te denken over dit thema toen ik een aantal jaar geleden een artikel aan het lezen was over celdeling bij het influenzavirus. Toen ik halverwege was, merkte ik dat mijn aandacht begon te verslappen omdat ik de tekst te langdradig vond. Ik ben toen wel door blijven lezen, omdat ik niet zo’n slappeling wilde zijn die gelijk afhaakt bij een iets langer artikel. Uiteindelijk heb ik de tekst helemaal uitgelezen, maar achteraf had ik toch een beetje het idee dat ik mijn tijd verspild had.”

De gemiddelde Nederlander is steeds sneller afgeleid. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat ons vermogen om een saaie tekst uit te lezen de laatste tien jaar met twintig procent is afgenomen. Psychologen spreken zelfs van een nationale afleidingsepidemie. Ronald van der Overeem is hoogleraar Sociale Psychologie in Groningen. We spreken hem op zijn boerderij in het Groningse Noordhorn, een pittoresk dorpje met een kerk uit de dertiende eeuw. De toren dateert van 1765. We arriveren om kwart over drie in de middag. De zon schijnt, de hond blaft ons welkom en Van der Overeem ontvangt ons hartelijk. Hij vindt dat het probleem van concentratiegebrek al jaren onderschat wordt: “Eeuwenlang zijn we als mensen gewend geweest om lange en langdradige teksten tot ons te nemen. Vandaag de dag zie je dat steeds meer mensen het vermogen zijn kwijtgeraakt om de concentratie daarvoor op te brengen. Uiteindelijk leidt dit tot een verminderde productiviteit en een verhoogde kans op een burn-out of een depressie. Op jaarbasis kost dit de samenleving ontzettend veel geld. Toch zie je dat de overheid geen enkele maatregelen neemt op dit punt. Ik vind dat onbegrijpelijk.” We drinken koffie, de sfeer is gemoedelijk. Niet veel later komt de vrouw van de hoogleraar de kamer binnen. Ze heeft een Turkmeens uiterlijk en serveert roze koeken. Volgens Van der Overeem zijn er verschillende oorzaken voor het verminderde concentratievermogen van de gemiddelde Nederlander: “De samenleving is in de afgelopen decennia natuurlijk enorm veranderd. We krijgen steeds meer informatie op ons af, op steeds meer manieren. De hele dag word je bestookt met beelden en teksten die je aandacht opeisen. Denk bijvoorbeeld aan reclame-uitingen op straat, de autoradio, of de televisie. Verder is de opkomst van het internet en met name de smartphone cruciaal in deze ontwikkeling.” Lachend nemen we afscheid. Universitair docent Nieuwe Media Jellie Grasvoort (Universiteit van Amsterdam) sluit zich aan bij de woorden van Van der Overeem. Tot twee keer toe moeten we de afspraak verschuiven, omdat er iets tussenkomt. Op maandagmiddag lukt het eindelijk om elkaar te spreken. Ze denkt dat de intrede van de smartphone funest is geweest voor de concentratie van mensen: “In de middeleeuwen had je natuurlijk niet al die afleidingen die zo kenmerkend zijn geworden voor het jachtige bestaan dat we vandaag de dag leiden. Een monnik uit de dertiende eeuw kon soms veertien uur per dag onafgebroken bezig zijn met het bestuderen van een handschrift. Nu zou dat onmogelijk zijn, om de doodeenvoudige reden dat onze hersenen er niet meer op ingesteld zijn om zo lang met één taak bezig te zijn. Het duidelijkst zie je dit bij kinderen. Leerkrachten op de basisschool klagen steen en been dat kinderen niet meer stil kunnen zitten. Ze zijn voortdurend bezig met hun telefoon of met hun iPad. Uiteindelijk gaat dit ten koste van hun leerprestaties en dat is natuurlijk een zorgwekkende ontwikkeling.” Ook in Moldavië speelt het probleem. We reizen af naar het Oost-Europese land om te onderzoeken hoe de Moldavische samenleving lamgelegd wordt door het collectieve concentratiegebrek. Op dinsdagmiddag reizen we met de taxi naar Schiphol. Daar stappen we op het vliegtuig naar Chisinau, de hoofdstad van het voornoemde Moldavië. Chisinau heeft een vochtig landklimaat, dat zich kenmerkt door hete droge zomers en windige koude winters. De wintertemperaturen liggen vaak beneden de 0°C, maar dalen zelden onder de −10°C. In de zomer ligt de gemiddelde temperatuur rond de 25°C, maar kan midden in de zomer in het stadscentrum soms oplopen tot 35 à 40°C. De gemiddelde neerslag en luchtvochtigheid is laag in de zomer, maar soms kunnen zich er dan wel zware stormen voordoen. In de lente en herfst variëren de temperaturen tussen de 16 en 24°C en er is minder neerslag dan in de zomer, maar deze neerslag valt wel tijdens langere periodes. De stad werd gesticht in de vijftiende eeuw en hoorde jarenlang bij het Ottomaanse rijk. Het Ottomaanse Rijk was een wereldrijk tussen de veertiende en de twintigste eeuw en bij de grootste uitbreiding ervan besloeg het een enorm gebied in Noord-Afrika, Azië en Europa. Het Ottomaanse Rijk werd gesticht door de Oguz-Turken onder Osman I, de stamvader van de Ottomaanse dynastie en naamgever van dit rijk. Osman was onderofficier in het Seltsjoekenleger van de sultan van Rûm. Turkije bestond toen uit veel verschillende en kleine vorstendommen (beyliks). Na de dood van zijn vader werd Osman de leider van zijn Kayi-stam, in het noordwesten van Anatolië, niet ver van Constantinopel. Osman bleek een voortreffelijk legerleider te zijn en minder vredelievend dan zijn vader; hij was slim en handig en gold als een expert in wapens. Hij vocht tegen de Mongolen, die destijds het Seltsjoekenrijk binnenvielen. Veel Arabieren en Perzen, op de vlucht voor de Mongolen, sloten zich aan bij zijn leger. Het grondgebied werd uitgebreid ten koste van het christelijke Byzantijnse Keizerrijk onder Andronicus. Het Osmaanse rijk nam in grootte toe van 1.500 km² naar 18.000 km². In 1299 stichtte Osman – volgens traditionele bronnen – het Osmaanse rijk. Osman stelde ambtenaren aan en deelde land uit aan zijn volgelingen. Het herders- en nomadenleven van de stam werd opgegeven. Als emir onderhield hij goede betrekkingen met de sultan in Konya: ze streden samen tegen het Byzantijnse Rijk. In 1304 veroverde hij Nicea, nu gekend als Iznik. In 1317 droeg hij het bevel over aan zijn zoon Orhan. Osman werd begraven onder een zilveren koepel, zoals hij voor zijn dood te kennen had gegeven. De stad Bursa kreeg een belangrijke functie als begraafplaats voor leden van de Ottomaanse dynastie. Onder zijn nakomelingen zou Turkije een enorm wereldrijk worden met een dynastie die meer dan zes eeuwen zou bestaan en heersen. Tussen 1918 en 1940 was Chisinau Roemeens. In 1940 werd het Roemeense Bessarabië geannexeerd door de Sovjet-Unie en het grootste deel ervan bij de al bestaande deelrepubliek Moldavië gevoegd. Chisinau werd er de hoofdstad van. Op 21 augustus 1991 verklaarde Moldavië zich onafhankelijk, waarbij Chisinau de hoofdstad bleef. We arriveren om zeven uur in de avond en reizen meteen naar ons hotel. De volgende dag hebben we afgesproken met journalist Georgi Hunescae. Hij schreef vorig jaar een bestseller over concentratieproblemen. Georgi ontvangt ons op zijn kantoor in een oud herenhuis in de binnenstad. De voorgevel van het pand is typisch neoclassicistisch. Het neoclassicisme was aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw een stroming in de kunst, waarin opnieuw de vermeende puurheid van de klassieken werd nagestreefd. Men richtte zich daarbij met name op de (bouw)kunst van de oude Grieken en Romeinen. Beroemde neoclassicistische kunstenaars zijn de Franse schilders Jacques Louis David en Jean Aguste Dominique Ingres, en de in Rome werkzame beeldhouwers Antonio Canova en Bertel Thorvaldsen. Georgi ontvangt ons hartelijk. Plotseling gaat zijn telefoon. De ringtone is ‘Eine kleine nachtmusik’, een serenade die Mozart schreef in 1787. Het is geschreven voor een kamermuziekensemble bestaande uit twee violen, altviool en cello, eventueel aangevuld met een contrabas. Het stuk wordt ook vaak uitgevoerd door strijkorkesten. Eine kleine Nachtmusik is één van de populairste werken van Mozart. Het is niet bekend waarom of voor wie Mozart dit muziekstuk componeerde. Georgi vertelt hoe hij op het idee kwam voor zijn boek: “Ik begon na te denken over dit thema toen ik een aantal jaar geleden een artikel aan het lezen was over celdeling bij het influenzavirus. Toen ik halverwege was, merkte ik dat mijn aandacht begon te verslappen omdat ik de tekst te langdradig vond. Ik ben toen wel door blijven lezen, omdat ik niet zo’n slappeling wilde zijn die gelijk afhaakt bij een iets langer artikel. Uiteindelijk heb ik de tekst helemaal uitgelezen, maar achteraf had ik toch een beetje het idee dat ik mijn tijd verspild had.”

De gemiddelde Nederlander is steeds sneller afgeleid. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat ons vermogen om een saaie tekst uit te lezen de laatste tien jaar met twintig procent is afgenomen. Psychologen spreken zelfs van een nationale afleidingsepidemie. Ronald van der Overeem is hoogleraar Sociale Psychologie in Groningen. We spreken hem op zijn boerderij in het Groningse Noordhorn, een pittoresk dorpje met een kerk uit de dertiende eeuw. De toren dateert van 1765. We arriveren om kwart over drie in de middag. De zon schijnt, de hond blaft ons welkom en Van der Overeem ontvangt ons hartelijk. Hij vindt dat het probleem van concentratiegebrek al jaren onderschat wordt: “Eeuwenlang zijn we als mensen gewend geweest om lange en langdradige teksten tot ons te nemen. Vandaag de dag zie je dat steeds meer mensen het vermogen zijn kwijtgeraakt om de concentratie daarvoor op te brengen. Uiteindelijk leidt dit tot een verminderde productiviteit en een verhoogde kans op een burn-out of een depressie. Op jaarbasis kost dit de samenleving ontzettend veel geld. Toch zie je dat de overheid geen enkele maatregelen neemt op dit punt. Ik vind dat onbegrijpelijk.” We drinken koffie, de sfeer is gemoedelijk. Niet veel later komt de vrouw van de hoogleraar de kamer binnen. Ze heeft een Turkmeens uiterlijk en serveert roze koeken. Volgens Van der Overeem zijn er verschillende oorzaken voor het verminderde concentratievermogen van de gemiddelde Nederlander: “De samenleving is in de afgelopen decennia natuurlijk enorm veranderd. We krijgen steeds meer informatie op ons af, op steeds meer manieren. De hele dag word je bestookt met beelden en teksten die je aandacht opeisen. Denk bijvoorbeeld aan reclame-uitingen op straat, de autoradio, of de televisie. Verder is de opkomst van het internet en met name de smartphone cruciaal in deze ontwikkeling.” Lachend nemen we afscheid. Universitair docent Nieuwe Media Jellie Grasvoort (Universiteit van Amsterdam) sluit zich aan bij de woorden van Van der Overeem. Tot twee keer toe moeten we de afspraak verschuiven, omdat er iets tussenkomt. Op maandagmiddag lukt het eindelijk om elkaar te spreken. Ze denkt dat de intrede van de smartphone funest is geweest voor de concentratie van mensen: “In de middeleeuwen had je natuurlijk niet al die afleidingen die zo kenmerkend zijn geworden voor het jachtige bestaan dat we vandaag de dag leiden. Een monnik uit de dertiende eeuw kon soms veertien uur per dag onafgebroken bezig zijn met het bestuderen van een handschrift. Nu zou dat onmogelijk zijn, om de doodeenvoudige reden dat onze hersenen er niet meer op ingesteld zijn om zo lang met één taak bezig te zijn. Het duidelijkst zie je dit bij kinderen. Leerkrachten op de basisschool klagen steen en been dat kinderen niet meer stil kunnen zitten. Ze zijn voortdurend bezig met hun telefoon of met hun iPad. Uiteindelijk gaat dit ten koste van hun leerprestaties en dat is natuurlijk een zorgwekkende ontwikkeling.” Ook in Moldavië speelt het probleem. We reizen af naar het Oost-Europese land om te onderzoeken hoe de Moldavische samenleving lamgelegd wordt door het collectieve concentratiegebrek. Op dinsdagmiddag reizen we met de taxi naar Schiphol. Daar stappen we op het vliegtuig naar Chisinau, de hoofdstad van het voornoemde Moldavië. Chisinau heeft een vochtig landklimaat, dat zich kenmerkt door hete droge zomers en windige koude winters. De wintertemperaturen liggen vaak beneden de 0°C, maar dalen zelden onder de −10°C. In de zomer ligt de gemiddelde temperatuur rond de 25°C, maar kan midden in de zomer in het stadscentrum soms oplopen tot 35 à 40°C. De gemiddelde neerslag en luchtvochtigheid is laag in de zomer, maar soms kunnen zich er dan wel zware stormen voordoen. In de lente en herfst variëren de temperaturen tussen de 16 en 24°C en er is minder neerslag dan in de zomer, maar deze neerslag valt wel tijdens langere periodes. De stad werd gesticht in de vijftiende eeuw en hoorde jarenlang bij het Ottomaanse rijk. Het Ottomaanse Rijk was een wereldrijk tussen de veertiende en de twintigste eeuw en bij de grootste uitbreiding ervan besloeg het een enorm gebied in Noord-Afrika, Azië en Europa. Het Ottomaanse Rijk werd gesticht door de Oguz-Turken onder Osman I, de stamvader van de Ottomaanse dynastie en naamgever van dit rijk. Osman was onderofficier in het Seltsjoekenleger van de sultan van Rûm. Turkije bestond toen uit veel verschillende en kleine vorstendommen (beyliks). Na de dood van zijn vader werd Osman de leider van zijn Kayi-stam, in het noordwesten van Anatolië, niet ver van Constantinopel. Osman bleek een voortreffelijk legerleider te zijn en minder vredelievend dan zijn vader; hij was slim en handig en gold als een expert in wapens. Hij vocht tegen de Mongolen, die destijds het Seltsjoekenrijk binnenvielen. Veel Arabieren en Perzen, op de vlucht voor de Mongolen, sloten zich aan bij zijn leger. Het grondgebied werd uitgebreid ten koste van het christelijke Byzantijnse Keizerrijk onder Andronicus. Het Osmaanse rijk nam in grootte toe van 1.500 km² naar 18.000 km². In 1299 stichtte Osman – volgens traditionele bronnen – het Osmaanse rijk. Osman stelde ambtenaren aan en deelde land uit aan zijn volgelingen. Het herders- en nomadenleven van de stam werd opgegeven. Als emir onderhield hij goede betrekkingen met de sultan in Konya: ze streden samen tegen het Byzantijnse Rijk. In 1304 veroverde hij Nicea, nu gekend als Iznik. In 1317 droeg hij het bevel over aan zijn zoon Orhan. Osman werd begraven onder een zilveren koepel, zoals hij voor zijn dood te kennen had gegeven. De stad Bursa kreeg een belangrijke functie als begraafplaats voor leden van de Ottomaanse dynastie. Onder zijn nakomelingen zou Turkije een enorm wereldrijk worden met een dynastie die meer dan zes eeuwen zou bestaan en heersen. Tussen 1918 en 1940 was Chisinau Roemeens. In 1940 werd het Roemeense Bessarabië geannexeerd door de Sovjet-Unie en het grootste deel ervan bij de al bestaande deelrepubliek Moldavië gevoegd. Chisinau werd er de hoofdstad van. Op 21 augustus 1991 verklaarde Moldavië zich onafhankelijk, waarbij Chisinau de hoofdstad bleef. We arriveren om zeven uur in de avond en reizen meteen naar ons hotel. De volgende dag hebben we afgesproken met journalist Georgi Hunescae. Hij schreef vorig jaar een bestseller over concentratieproblemen. Georgi ontvangt ons op zijn kantoor in een oud herenhuis in de binnenstad. De voorgevel van het pand is typisch neoclassicistisch. Het neoclassicisme was aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw een stroming in de kunst, waarin opnieuw de vermeende puurheid van de klassieken werd nagestreefd. Men richtte zich daarbij met name op de (bouw)kunst van de oude Grieken en Romeinen. Beroemde neoclassicistische kunstenaars zijn de Franse schilders Jacques Louis David en Jean Aguste Dominique Ingres, en de in Rome werkzame beeldhouwers Antonio Canova en Bertel Thorvaldsen. Georgi ontvangt ons hartelijk. Plotseling gaat zijn telefoon. De ringtone is ‘Eine kleine nachtmusik’, een serenade die Mozart schreef in 1787. Het is geschreven voor een kamermuziekensemble bestaande uit twee violen, altviool en cello, eventueel aangevuld met een contrabas. Het stuk wordt ook vaak uitgevoerd door strijkorkesten. Eine kleine Nachtmusik is één van de populairste werken van Mozart. Het is niet bekend waarom of voor wie Mozart dit muziekstuk componeerde. Georgi vertelt hoe hij op het idee kwam voor zijn boek: “Ik begon na te denken over dit thema toen ik een aantal jaar geleden een artikel aan het lezen was over celdeling bij het influenzavirus. Toen ik halverwege was, merkte ik dat mijn aandacht begon te verslappen omdat ik de tekst te langdradig vond. Ik ben toen wel door blijven lezen, omdat ik niet zo’n slappeling wilde zijn die gelijk afhaakt bij een iets langer artikel. Uiteindelijk heb ik de tekst helemaal uitgelezen, maar achteraf had ik toch een beetje het idee dat ik mijn tijd verspild had.”
De gemiddelde Nederlander is steeds sneller afgeleid. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat ons vermogen om een saaie tekst uit te lezen de laatste tien jaar met twintig procent is afgenomen. Psychologen spreken zelfs van een nationale afleidingsepidemie. Ronald van der Overeem is hoogleraar Sociale Psychologie in Groningen. We spreken hem op zijn boerderij in het Groningse Noordhorn, een pittoresk dorpje met een kerk uit de dertiende eeuw. De toren dateert van 1765. We arriveren om kwart over drie in de middag. De zon schijnt, de hond blaft ons welkom en Van der Overeem ontvangt ons hartelijk. Hij vindt dat het probleem van concentratiegebrek al jaren onderschat wordt: “Eeuwenlang zijn we als mensen gewend geweest om lange en langdradige teksten tot ons te nemen. Vandaag de dag zie je dat steeds meer mensen het vermogen zijn kwijtgeraakt om de concentratie daarvoor op te brengen. Uiteindelijk leidt dit tot een verminderde productiviteit en een verhoogde kans op een burn-out of een depressie. Op jaarbasis kost dit de samenleving ontzettend veel geld. Toch zie je dat de overheid geen enkele maatregelen neemt op dit punt. Ik vind dat onbegrijpelijk.” We drinken koffie, de sfeer is gemoedelijk. Niet veel later komt de vrouw van de hoogleraar de kamer binnen. Ze heeft een Turkmeens uiterlijk en serveert roze koeken. Volgens Van der Overeem zijn er verschillende oorzaken voor het verminderde concentratievermogen van de gemiddelde Nederlander: “De samenleving is in de afgelopen decennia natuurlijk enorm veranderd. We krijgen steeds meer informatie op ons af, op steeds meer manieren. De hele dag word je bestookt met beelden en teksten die je aandacht opeisen. Denk bijvoorbeeld aan reclame-uitingen op straat, de autoradio, of de televisie. Verder is de opkomst van het internet en met name de smartphone cruciaal in deze ontwikkeling.” Lachend nemen we afscheid. Universitair docent Nieuwe Media Jellie Grasvoort (Universiteit van Amsterdam) sluit zich aan bij de woorden van Van der Overeem. Tot twee keer toe moeten we de afspraak verschuiven, omdat er iets tussenkomt. Op maandagmiddag lukt het eindelijk om elkaar te spreken. Ze denkt dat de intrede van de smartphone funest is geweest voor de concentratie van mensen: “In de middeleeuwen had je natuurlijk niet al die afleidingen die zo kenmerkend zijn geworden voor het jachtige bestaan dat we vandaag de dag leiden. Een monnik uit de dertiende eeuw kon soms veertien uur per dag onafgebroken bezig zijn met het bestuderen van een handschrift. Nu zou dat onmogelijk zijn, om de doodeenvoudige reden dat onze hersenen er niet meer op ingesteld zijn om zo lang met één taak bezig te zijn. Het duidelijkst zie je dit bij kinderen. Leerkrachten op de basisschool klagen steen en been dat kinderen niet meer stil kunnen zitten. Ze zijn voortdurend bezig met hun telefoon of met hun iPad. Uiteindelijk gaat dit ten koste van hun leerprestaties en dat is natuurlijk een zorgwekkende ontwikkeling.” Ook in Moldavië speelt het probleem. We reizen af naar het Oost-Europese land om te onderzoeken hoe de Moldavische samenleving lamgelegd wordt door het collectieve concentratiegebrek. Op dinsdagmiddag reizen we met de taxi naar Schiphol. Daar stappen we op het vliegtuig naar Chisinau, de hoofdstad van het voornoemde Moldavië. Chisinau heeft een vochtig landklimaat, dat zich kenmerkt door hete droge zomers en windige koude winters. De wintertemperaturen liggen vaak beneden de 0°C, maar dalen zelden onder de −10°C. In de zomer ligt de gemiddelde temperatuur rond de 25°C, maar kan midden in de zomer in het stadscentrum soms oplopen tot 35 à 40°C. De gemiddelde neerslag en luchtvochtigheid is laag in de zomer, maar soms kunnen zich er dan wel zware stormen voordoen. In de lente en herfst variëren de temperaturen tussen de 16 en 24°C en er is minder neerslag dan in de zomer, maar deze neerslag valt wel tijdens langere periodes. De stad werd gesticht in de vijftiende eeuw en hoorde jarenlang bij het Ottomaanse rijk. Het Ottomaanse Rijk was een wereldrijk tussen de veertiende en de twintigste eeuw en bij de grootste uitbreiding ervan besloeg het een enorm gebied in Noord-Afrika, Azië en Europa. Het Ottomaanse Rijk werd gesticht door de Oguz-Turken onder Osman I, de stamvader van de Ottomaanse dynastie en naamgever van dit rijk. Osman was onderofficier in het Seltsjoekenleger van de sultan van Rûm. Turkije bestond toen uit veel verschillende en kleine vorstendommen (beyliks). Na de dood van zijn vader werd Osman de leider van zijn Kayi-stam, in het noordwesten van Anatolië, niet ver van Constantinopel. Osman bleek een voortreffelijk legerleider te zijn en minder vredelievend dan zijn vader; hij was slim en handig en gold als een expert in wapens. Hij vocht tegen de Mongolen, die destijds het Seltsjoekenrijk binnenvielen. Veel Arabieren en Perzen, op de vlucht voor de Mongolen, sloten zich aan bij zijn leger. Het grondgebied werd uitgebreid ten koste van het christelijke Byzantijnse Keizerrijk onder Andronicus. Het Osmaanse rijk nam in grootte toe van 1.500 km² naar 18.000 km². In 1299 stichtte Osman – volgens traditionele bronnen – het Osmaanse rijk. Osman stelde ambtenaren aan en deelde land uit aan zijn volgelingen. Het herders- en nomadenleven van de stam werd opgegeven. Als emir onderhield hij goede betrekkingen met de sultan in Konya: ze streden samen tegen het Byzantijnse Rijk. In 1304 veroverde hij Nicea, nu gekend als Iznik. In 1317 droeg hij het bevel over aan zijn zoon Orhan. Osman werd begraven onder een zilveren koepel, zoals hij voor zijn dood te kennen had gegeven. De stad Bursa kreeg een belangrijke functie als begraafplaats voor leden van de Ottomaanse dynastie. Onder zijn nakomelingen zou Turkije een enorm wereldrijk worden met een dynastie die meer dan zes eeuwen zou bestaan en heersen. Tussen 1918 en 1940 was Chisinau Roemeens. In 1940 werd het Roemeense Bessarabië geannexeerd door de Sovjet-Unie en het grootste deel ervan bij de al bestaande deelrepubliek Moldavië gevoegd. Chisinau werd er de hoofdstad van. Op 21 augustus 1991 verklaarde Moldavië zich onafhankelijk, waarbij Chisinau de hoofdstad bleef. We arriveren om zeven uur in de avond en reizen meteen naar ons hotel. De volgende dag hebben we afgesproken met journalist Georgi Hunescae. Hij schreef vorig jaar een bestseller over concentratieproblemen. Georgi ontvangt ons op zijn kantoor in een oud herenhuis in de binnenstad. De voorgevel van het pand is typisch neoclassicistisch. Het neoclassicisme was aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw een stroming in de kunst, waarin opnieuw de vermeende puurheid van de klassieken werd nagestreefd. Men richtte zich daarbij met name op de (bouw)kunst van de oude Grieken en Romeinen. Beroemde neoclassicistische kunstenaars zijn de Franse schilders Jacques Louis David en Jean Aguste Dominique Ingres, en de in Rome werkzame beeldhouwers Antonio Canova en Bertel Thorvaldsen. Georgi ontvangt ons hartelijk. Plotseling gaat zijn telefoon. De ringtone is ‘Eine kleine nachtmusik’, een serenade die Mozart schreef in 1787. Het is geschreven voor een kamermuziekensemble bestaande uit twee violen, altviool en cello, eventueel aangevuld met een contrabas. Het stuk wordt ook vaak uitgevoerd door strijkorkesten. Eine kleine Nachtmusik is één van de populairste werken van Mozart. Het is niet bekend waarom of voor wie Mozart dit muziekstuk componeerde. Georgi vertelt hoe hij op het idee kwam voor zijn boek: “Ik begon na te denken over dit thema toen ik een aantal jaar geleden een artikel aan het lezen was over celdeling bij het influenzavirus. Toen ik halverwege was, merkte ik dat mijn aandacht begon te verslappen omdat ik de tekst te langdradig vond. Ik ben toen wel door blijven lezen, omdat ik niet zo’n slappeling wilde zijn die gelijk afhaakt bij een iets langer artikel. Uiteindelijk heb ik de tekst helemaal uitgelezen, maar achteraf had ik toch een beetje het idee dat ik mijn tijd verspild had.”

V
De gemiddelde Nederlander is steeds sneller afgeleid. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat ons vermogen om een saaie tekst uit te lezen de laatste tien jaar met twintig procent is afgenomen. Psychologen spreken zelfs van een nationale afleidingsepidemie. Ronald van der Overeem is hoogleraar Sociale Psychologie in Groningen. We spreken hem op zijn boerderij in het Groningse Noordhorn, een pittoresk dorpje met een kerk uit de dertiende eeuw. De toren dateert van 1765. We arriveren om kwart over drie in de middag. De zon schijnt, de hond blaft ons welkom en Van der Overeem ontvangt ons hartelijk. Hij vindt dat het probleem van concentratiegebrek al jaren onderschat wordt: “Eeuwenlang zijn we als mensen gewend geweest om lange en langdradige teksten tot ons te nemen. Vandaag de dag zie je dat steeds meer mensen het vermogen zijn kwijtgeraakt om de concentratie daarvoor op te brengen. Uiteindelijk leidt dit tot een verminderde productiviteit en een verhoogde kans op een burn-out of een depressie. Op jaarbasis kost dit de samenleving ontzettend veel geld. Toch zie je dat de overheid geen enkele maatregelen neemt op dit punt. Ik vind dat onbegrijpelijk.” We drinken koffie, de sfeer is gemoedelijk. Niet veel later komt de vrouw van de hoogleraar de kamer binnen. Ze heeft een Turkmeens uiterlijk en serveert roze koeken. Volgens Van der Overeem zijn er verschillende oorzaken voor het verminderde concentratievermogen van de gemiddelde Nederlander: “De samenleving is in de afgelopen decennia natuurlijk enorm veranderd. We krijgen steeds meer informatie op ons af, op steeds meer manieren. De hele dag word je bestookt met beelden en teksten die je aandacht opeisen. Denk bijvoorbeeld aan reclame-uitingen op straat, de autoradio, of de televisie. Verder is de opkomst van het internet en met name de smartphone cruciaal in deze ontwikkeling.” Lachend nemen we afscheid. Universitair docent Nieuwe Media Jellie Grasvoort (Universiteit van Amsterdam) sluit zich aan bij de woorden van Van der Overeem. Tot twee keer toe moeten we de afspraak verschuiven, omdat er iets tussenkomt. Op maandagmiddag lukt het eindelijk om elkaar te spreken. Ze denkt dat de intrede van de smartphone funest is geweest voor de concentratie van mensen: “In de middeleeuwen had je natuurlijk niet al die afleidingen die zo kenmerkend zijn geworden voor het jachtige bestaan dat we vandaag de dag leiden. Een monnik uit de dertiende eeuw kon soms veertien uur per dag onafgebroken bezig zijn met het bestuderen van een handschrift. Nu zou dat onmogelijk zijn, om de doodeenvoudige reden dat onze hersenen er niet meer op ingesteld zijn om zo lang met één taak bezig te zijn. Het duidelijkst zie je dit bij kinderen. Leerkrachten op de basisschool klagen steen en been dat kinderen niet meer stil kunnen zitten. Ze zijn voortdurend bezig met hun telefoon of met hun iPad. Uiteindelijk gaat dit ten koste van hun leerprestaties en dat is natuurlijk een zorgwekkende ontwikkeling.” Ook in Moldavië speelt het probleem. We reizen af naar het Oost-Europese land om te onderzoeken hoe de Moldavische samenleving lamgelegd wordt door het collectieve concentratiegebrek.


Filosofietje

Geen stop status -

De gemiddelde Nederlander is steeds sneller afgeleid. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat ons vermogen om een saaie tekst uit te lezen de laatste tien jaar met twintig procent is afgenomen. Psychologen spreken zelfs van een nationale afleidingsepidemie. Ronald van der Overeem is hoogleraar Sociale Psychologie in Groningen. We spreken hem op zijn boerderij in het Groningse Noordhorn, een pittoresk dorpje met een kerk uit de dertiende eeuw. De toren dateert van 1765. We arriveren om kwart over drie in de middag. De zon schijnt, de hond blaft ons welkom en Van der Overeem ontvangt ons hartelijk. Hij vindt dat het probleem van concentratiegebrek al jaren onderschat wordt: “Eeuwenlang zijn we als mensen gewend geweest om lange en langdradige teksten tot ons te nemen. Vandaag de dag zie je dat steeds meer mensen het vermogen zijn kwijtgeraakt om de concentratie daarvoor op te brengen. Uiteindelijk leidt dit tot een verminderde productiviteit en een verhoogde kans op een burn-out of een depressie. Op jaarbasis kost dit de samenleving ontzettend veel geld. Toch zie je dat de overheid geen enkele maatregelen neemt op dit punt. Ik vind dat onbegrijpelijk.” We drinken koffie, de sfeer is gemoedelijk. Niet veel later komt de vrouw van de hoogleraar de kamer binnen. Ze heeft een Turkmeens uiterlijk en serveert roze koeken. Volgens Van der Overeem zijn er verschillende oorzaken voor het verminderde concentratievermogen van de gemiddelde Nederlander: “De samenleving is in de afgelopen decennia natuurlijk enorm veranderd. We krijgen steeds meer informatie op ons af, op steeds meer manieren. De hele dag word je bestookt met beelden en teksten die je aandacht opeisen. Denk bijvoorbeeld aan reclame-uitingen op straat, de autoradio, of de televisie. Verder is de opkomst van het internet en met name de smartphone cruciaal in deze ontwikkeling.” Lachend nemen we afscheid. Universitair docent Nieuwe Media Jellie Grasvoort (Universiteit van Amsterdam) sluit zich aan bij de woorden van Van der Overeem. Tot twee keer toe moeten we de afspraak verschuiven, omdat er iets tussenkomt. Op maandagmiddag lukt het eindelijk om elkaar te spreken. Ze denkt dat de intrede van de smartphone funest is geweest voor de concentratie van mensen: “In de middeleeuwen had je natuurlijk niet al die afleidingen die zo kenmerkend zijn geworden voor het jachtige bestaan dat we vandaag de dag leiden. Een monnik uit de dertiende eeuw kon soms veertien uur per dag onafgebroken bezig zijn met het bestuderen van een handschrift. Nu zou dat onmogelijk zijn, om de doodeenvoudige reden dat onze hersenen er niet meer op ingesteld zijn om zo lang met één taak bezig te zijn. Het duidelijkst zie je dit bij kinderen. Leerkrachten op de basisschool klagen steen en been dat kinderen niet meer stil kunnen zitten. Ze zijn voortdurend bezig met hun telefoon of met hun iPad. Uiteindelijk gaat dit ten koste van hun leerprestaties en dat is natuurlijk een zorgwekkende ontwikkeling.” Ook in Moldavië speelt het probleem. We reizen af naar het Oost-Europese land om te onderzoeken hoe de Moldavische samenleving lamgelegd wordt door het collectieve concentratiegebrek. Op dinsdagmiddag reizen we met de taxi naar Schiphol. Daar stappen we op het vliegtuig naar Chisinau, de hoofdstad van het voornoemde Moldavië. Chisinau heeft een vochtig landklimaat, dat zich kenmerkt door hete droge zomers en windige koude winters. De wintertemperaturen liggen vaak beneden de 0°C, maar dalen zelden onder de −10°C. In de zomer ligt de gemiddelde temperatuur rond de 25°C, maar kan midden in de zomer in het stadscentrum soms oplopen tot 35 à 40°C. De gemiddelde neerslag en luchtvochtigheid is laag in de zomer, maar soms kunnen zich er dan wel zware stormen voordoen. In de lente en herfst variëren de temperaturen tussen de 16 en 24°C en er is minder neerslag dan in de zomer, maar deze neerslag valt wel tijdens langere periodes. De stad werd gesticht in de vijftiende eeuw en hoorde jarenlang bij het Ottomaanse rijk. Het Ottomaanse Rijk was een wereldrijk tussen de veertiende en de twintigste eeuw en bij de grootste uitbreiding ervan besloeg het een enorm gebied in Noord-Afrika, Azië en Europa. Het Ottomaanse Rijk werd gesticht door de Oguz-Turken onder Osman I, de stamvader van de Ottomaanse dynastie en naamgever van dit rijk. Osman was onderofficier in het Seltsjoekenleger van de sultan van Rûm. Turkije bestond toen uit veel verschillende en kleine vorstendommen (beyliks). Na de dood van zijn vader werd Osman de leider van zijn Kayi-stam, in het noordwesten van Anatolië, niet ver van Constantinopel. Osman bleek een voortreffelijk legerleider te zijn en minder vredelievend dan zijn vader; hij was slim en handig en gold als een expert in wapens. Hij vocht tegen de Mongolen, die destijds het Seltsjoekenrijk binnenvielen. Veel Arabieren en Perzen, op de vlucht voor de Mongolen, sloten zich aan bij zijn leger. Het grondgebied werd uitgebreid ten koste van het christelijke Byzantijnse Keizerrijk onder Andronicus. Het Osmaanse rijk nam in grootte toe van 1.500 km² naar 18.000 km². In 1299 stichtte Osman – volgens traditionele bronnen – het Osmaanse rijk. Osman stelde ambtenaren aan en deelde land uit aan zijn volgelingen. Het herders- en nomadenleven van de stam werd opgegeven. Als emir onderhield hij goede betrekkingen met de sultan in Konya: ze streden samen tegen het Byzantijnse Rijk. In 1304 veroverde hij Nicea, nu gekend als Iznik. In 1317 droeg hij het bevel over aan zijn zoon Orhan. Osman werd begraven onder een zilveren koepel, zoals hij voor zijn dood te kennen had gegeven. De stad Bursa kreeg een belangrijke functie als begraafplaats voor leden van de Ottomaanse dynastie. Onder zijn nakomelingen zou Turkije een enorm wereldrijk worden met een dynastie die meer dan zes eeuwen zou bestaan en heersen. Tussen 1918 en 1940 was Chisinau Roemeens. In 1940 werd het Roemeense Bessarabië geannexeerd door de Sovjet-Unie en het grootste deel ervan bij de al bestaande deelrepubliek Moldavië gevoegd. Chisinau werd er de hoofdstad van. Op 21 augustus 1991 verklaarde Moldavië zich onafhankelijk, waarbij Chisinau de hoofdstad bleef. We arriveren om zeven uur in de avond en reizen meteen naar ons hotel. De volgende dag hebben we afgesproken met journalist Georgi Hunescae. Hij schreef vorig jaar een bestseller over concentratieproblemen. Georgi ontvangt ons op zijn kantoor in een oud herenhuis in de binnenstad. De voorgevel van het pand is typisch neoclassicistisch. Het neoclassicisme was aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw een stroming in de kunst, waarin opnieuw de vermeende puurheid van de klassieken werd nagestreefd. Men richtte zich daarbij met name op de (bouw)kunst van de oude Grieken en Romeinen. Beroemde neoclassicistische kunstenaars zijn de Franse schilders Jacques Louis David en Jean Aguste Dominique Ingres, en de in Rome werkzame beeldhouwers Antonio Canova en Bertel Thorvaldsen. Georgi ontvangt ons hartelijk. Plotseling gaat zijn telefoon. De ringtone is ‘Eine kleine nachtmusik’, een serenade die Mozart schreef in 1787. Het is geschreven voor een kamermuziekensemble bestaande uit twee violen, altviool en cello, eventueel aangevuld met een contrabas. Het stuk wordt ook vaak uitgevoerd door strijkorkesten. Eine kleine Nachtmusik is één van de populairste werken van Mozart. Het is niet bekend waarom of voor wie Mozart dit muziekstuk componeerde. Georgi vertelt hoe hij op het idee kwam voor zijn boek: “Ik begon na te denken over dit thema toen ik een aantal jaar geleden een artikel aan het lezen was over celdeling bij het influenzavirus. Toen ik halverwege was, merkte ik dat mijn aandacht begon te verslappen omdat ik de tekst te langdradig vond. Ik ben toen wel door blijven lezen, omdat ik niet zo’n slappeling wilde zijn die gelijk afhaakt bij een iets langer artikel. Uiteindelijk heb ik de tekst helemaal uitgelezen, maar achteraf had ik toch een beetje het idee dat ik mijn tijd verspild had.”

De gemiddelde Nederlander is steeds sneller afgeleid. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat ons vermogen om een saaie tekst uit te lezen de laatste tien jaar met twintig procent is afgenomen. Psychologen spreken zelfs van een nationale afleidingsepidemie. Ronald van der Overeem is hoogleraar Sociale Psychologie in Groningen. We spreken hem op zijn boerderij in het Groningse Noordhorn, een pittoresk dorpje met een kerk uit de dertiende eeuw. De toren dateert van 1765. We arriveren om kwart over drie in de middag. De zon schijnt, de hond blaft ons welkom en Van der Overeem ontvangt ons hartelijk. Hij vindt dat het probleem van concentratiegebrek al jaren onderschat wordt: “Eeuwenlang zijn we als mensen gewend geweest om lange en langdradige teksten tot ons te nemen. Vandaag de dag zie je dat steeds meer mensen het vermogen zijn kwijtgeraakt om de concentratie daarvoor op te brengen. Uiteindelijk leidt dit tot een verminderde productiviteit en een verhoogde kans op een burn-out of een depressie. Op jaarbasis kost dit de samenleving ontzettend veel geld. Toch zie je dat de overheid geen enkele maatregelen neemt op dit punt. Ik vind dat onbegrijpelijk.” We drinken koffie, de sfeer is gemoedelijk. Niet veel later komt de vrouw van de hoogleraar de kamer binnen. Ze heeft een Turkmeens uiterlijk en serveert roze koeken. Volgens Van der Overeem zijn er verschillende oorzaken voor het verminderde concentratievermogen van de gemiddelde Nederlander: “De samenleving is in de afgelopen decennia natuurlijk enorm veranderd. We krijgen steeds meer informatie op ons af, op steeds meer manieren. De hele dag word je bestookt met beelden en teksten die je aandacht opeisen. Denk bijvoorbeeld aan reclame-uitingen op straat, de autoradio, of de televisie. Verder is de opkomst van het internet en met name de smartphone cruciaal in deze ontwikkeling.” Lachend nemen we afscheid. Universitair docent Nieuwe Media Jellie Grasvoort (Universiteit van Amsterdam) sluit zich aan bij de woorden van Van der Overeem. Tot twee keer toe moeten we de afspraak verschuiven, omdat er iets tussenkomt. Op maandagmiddag lukt het eindelijk om elkaar te spreken. Ze denkt dat de intrede van de smartphone funest is geweest voor de concentratie van mensen: “In de middeleeuwen had je natuurlijk niet al die afleidingen die zo kenmerkend zijn geworden voor het jachtige bestaan dat we vandaag de dag leiden. Een monnik uit de dertiende eeuw kon soms veertien uur per dag onafgebroken bezig zijn met het bestuderen van een handschrift. Nu zou dat onmogelijk zijn, om de doodeenvoudige reden dat onze hersenen er niet meer op ingesteld zijn om zo lang met één taak bezig te zijn. Het duidelijkst zie je dit bij kinderen. Leerkrachten op de basisschool klagen steen en been dat kinderen niet meer stil kunnen zitten. Ze zijn voortdurend bezig met hun telefoon of met hun iPad. Uiteindelijk gaat dit ten koste van hun leerprestaties en dat is natuurlijk een zorgwekkende ontwikkeling.” Ook in Moldavië speelt het probleem. We reizen af naar het Oost-Europese land om te onderzoeken hoe de Moldavische samenleving lamgelegd wordt door het collectieve concentratiegebrek. Op dinsdagmiddag reizen we met de taxi naar Schiphol. Daar stappen we op het vliegtuig naar Chisinau, de hoofdstad van het voornoemde Moldavië. Chisinau heeft een vochtig landklimaat, dat zich kenmerkt door hete droge zomers en windige koude winters. De wintertemperaturen liggen vaak beneden de 0°C, maar dalen zelden onder de −10°C. In de zomer ligt de gemiddelde temperatuur rond de 25°C, maar kan midden in de zomer in het stadscentrum soms oplopen tot 35 à 40°C. De gemiddelde neerslag en luchtvochtigheid is laag in de zomer, maar soms kunnen zich er dan wel zware stormen voordoen. In de lente en herfst variëren de temperaturen tussen de 16 en 24°C en er is minder neerslag dan in de zomer, maar deze neerslag valt wel tijdens langere periodes. De stad werd gesticht in de vijftiende eeuw en hoorde jarenlang bij het Ottomaanse rijk. Het Ottomaanse Rijk was een wereldrijk tussen de veertiende en de twintigste eeuw en bij de grootste uitbreiding ervan besloeg het een enorm gebied in Noord-Afrika, Azië en Europa. Het Ottomaanse Rijk werd gesticht door de Oguz-Turken onder Osman I, de stamvader van de Ottomaanse dynastie en naamgever van dit rijk. Osman was onderofficier in het Seltsjoekenleger van de sultan van Rûm. Turkije bestond toen uit veel verschillende en kleine vorstendommen (beyliks). Na de dood van zijn vader werd Osman de leider van zijn Kayi-stam, in het noordwesten van Anatolië, niet ver van Constantinopel. Osman bleek een voortreffelijk legerleider te zijn en minder vredelievend dan zijn vader; hij was slim en handig en gold als een expert in wapens. Hij vocht tegen de Mongolen, die destijds het Seltsjoekenrijk binnenvielen. Veel Arabieren en Perzen, op de vlucht voor de Mongolen, sloten zich aan bij zijn leger. Het grondgebied werd uitgebreid ten koste van het christelijke Byzantijnse Keizerrijk onder Andronicus. Het Osmaanse rijk nam in grootte toe van 1.500 km² naar 18.000 km². In 1299 stichtte Osman – volgens traditionele bronnen – het Osmaanse rijk. Osman stelde ambtenaren aan en deelde land uit aan zijn volgelingen. Het herders- en nomadenleven van de stam werd opgegeven. Als emir onderhield hij goede betrekkingen met de sultan in Konya: ze streden samen tegen het Byzantijnse Rijk. In 1304 veroverde hij Nicea, nu gekend als Iznik. In 1317 droeg hij het bevel over aan zijn zoon Orhan. Osman werd begraven onder een zilveren koepel, zoals hij voor zijn dood te kennen had gegeven. De stad Bursa kreeg een belangrijke functie als begraafplaats voor leden van de Ottomaanse dynastie. Onder zijn nakomelingen zou Turkije een enorm wereldrijk worden met een dynastie die meer dan zes eeuwen zou bestaan en heersen. Tussen 1918 en 1940 was Chisinau Roemeens. In 1940 werd het Roemeense Bessarabië geannexeerd door de Sovjet-Unie en het grootste deel ervan bij de al bestaande deelrepubliek Moldavië gevoegd. Chisinau werd er de hoofdstad van. Op 21 augustus 1991 verklaarde Moldavië zich onafhankelijk, waarbij Chisinau de hoofdstad bleef. We arriveren om zeven uur in de avond en reizen meteen naar ons hotel. De volgende dag hebben we afgesproken met journalist Georgi Hunescae. Hij schreef vorig jaar een bestseller over concentratieproblemen. Georgi ontvangt ons op zijn kantoor in een oud herenhuis in de binnenstad. De voorgevel van het pand is typisch neoclassicistisch. Het neoclassicisme was aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw een stroming in de kunst, waarin opnieuw de vermeende puurheid van de klassieken werd nagestreefd. Men richtte zich daarbij met name op de (bouw)kunst van de oude Grieken en Romeinen. Beroemde neoclassicistische kunstenaars zijn de Franse schilders Jacques Louis David en Jean Aguste Dominique Ingres, en de in Rome werkzame beeldhouwers Antonio Canova en Bertel Thorvaldsen. Georgi ontvangt ons hartelijk. Plotseling gaat zijn telefoon. De ringtone is ‘Eine kleine nachtmusik’, een serenade die Mozart schreef in 1787. Het is geschreven voor een kamermuziekensemble bestaande uit twee violen, altviool en cello, eventueel aangevuld met een contrabas. Het stuk wordt ook vaak uitgevoerd door strijkorkesten. Eine kleine Nachtmusik is één van de populairste werken van Mozart. Het is niet bekend waarom of voor wie Mozart dit muziekstuk componeerde. Georgi vertelt hoe hij op het idee kwam voor zijn boek: “Ik begon na te denken over dit thema toen ik een aantal jaar geleden een artikel aan het lezen was over celdeling bij het influenzavirus. Toen ik halverwege was, merkte ik dat mijn aandacht begon te verslappen omdat ik de tekst te langdradig vond. Ik ben toen wel door blijven lezen, omdat ik niet zo’n slappeling wilde zijn die gelijk afhaakt bij een iets langer artikel. Uiteindelijk heb ik de tekst helemaal uitgelezen, maar achteraf had ik toch een beetje het idee dat ik mijn tijd verspild had.”
De gemiddelde Nederlander is steeds sneller afgeleid. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat ons vermogen om een saaie tekst uit te lezen de laatste tien jaar met twintig procent is afgenomen. Psychologen spreken zelfs van een nationale afleidingsepidemie. Ronald van der Overeem is hoogleraar Sociale Psychologie in Groningen. We spreken hem op zijn boerderij in het Groningse Noordhorn, een pittoresk dorpje met een kerk uit de dertiende eeuw. De toren dateert van 1765. We arriveren om kwart over drie in de middag. De zon schijnt, de hond blaft ons welkom en Van der Overeem ontvangt ons hartelijk. Hij vindt dat het probleem van concentratiegebrek al jaren onderschat wordt: “Eeuwenlang zijn we als mensen gewend geweest om lange en langdradige teksten tot ons te nemen. Vandaag de dag zie je dat steeds meer mensen het vermogen zijn kwijtgeraakt om de concentratie daarvoor op te brengen. Uiteindelijk leidt dit tot een verminderde productiviteit en een verhoogde kans op een burn-out of een depressie. Op jaarbasis kost dit de samenleving ontzettend veel geld. Toch zie je dat de overheid geen enkele maatregelen neemt op dit punt. Ik vind dat onbegrijpelijk.” We drinken koffie, de sfeer is gemoedelijk. Niet veel later komt de vrouw van de hoogleraar de kamer binnen. Ze heeft een Turkmeens uiterlijk en serveert roze koeken. Volgens Van der Overeem zijn er verschillende oorzaken voor het verminderde concentratievermogen van de gemiddelde Nederlander: “De samenleving is in de afgelopen decennia natuurlijk enorm veranderd. We krijgen steeds meer informatie op ons af, op steeds meer manieren. De hele dag word je bestookt met beelden en teksten die je aandacht opeisen. Denk bijvoorbeeld aan reclame-uitingen op straat, de autoradio, of de televisie. Verder is de opkomst van het internet en met name de smartphone cruciaal in deze ontwikkeling.” Lachend nemen we afscheid. Universitair docent Nieuwe Media Jellie Grasvoort (Universiteit van Amsterdam) sluit zich aan bij de woorden van Van der Overeem. Tot twee keer toe moeten we de afspraak verschuiven, omdat er iets tussenkomt. Op maandagmiddag lukt het eindelijk om elkaar te spreken. Ze denkt dat de intrede van de smartphone funest is geweest voor de concentratie van mensen: “In de middeleeuwen had je natuurlijk niet al die afleidingen die zo kenmerkend zijn geworden voor het jachtige bestaan dat we vandaag de dag leiden. Een monnik uit de dertiende eeuw kon soms veertien uur per dag onafgebroken bezig zijn met het bestuderen van een handschrift. Nu zou dat onmogelijk zijn, om de doodeenvoudige reden dat onze hersenen er niet meer op ingesteld zijn om zo lang met één taak bezig te zijn. Het duidelijkst zie je dit bij kinderen. Leerkrachten op de basisschool klagen steen en been dat kinderen niet meer stil kunnen zitten. Ze zijn voortdurend bezig met hun telefoon of met hun iPad. Uiteindelijk gaat dit ten koste van hun leerprestaties en dat is natuurlijk een zorgwekkende ontwikkeling.” Ook in Moldavië speelt het probleem. We reizen af naar het Oost-Europese land om te onderzoeken hoe de Moldavische samenleving lamgelegd wordt door het collectieve concentratiegebrek. Op dinsdagmiddag reizen we met de taxi naar Schiphol. Daar stappen we op het vliegtuig naar Chisinau, de hoofdstad van het voornoemde Moldavië. Chisinau heeft een vochtig landklimaat, dat zich kenmerkt door hete droge zomers en windige koude winters. De wintertemperaturen liggen vaak beneden de 0°C, maar dalen zelden onder de −10°C. In de zomer ligt de gemiddelde temperatuur rond de 25°C, maar kan midden in de zomer in het stadscentrum soms oplopen tot 35 à 40°C. De gemiddelde neerslag en luchtvochtigheid is laag in de zomer, maar soms kunnen zich er dan wel zware stormen voordoen. In de lente en herfst variëren de temperaturen tussen de 16 en 24°C en er is minder neerslag dan in de zomer, maar deze neerslag valt wel tijdens langere periodes. De stad werd gesticht in de vijftiende eeuw en hoorde jarenlang bij het Ottomaanse rijk. Het Ottomaanse Rijk was een wereldrijk tussen de veertiende en de twintigste eeuw en bij de grootste uitbreiding ervan besloeg het een enorm gebied in Noord-Afrika, Azië en Europa. Het Ottomaanse Rijk werd gesticht door de Oguz-Turken onder Osman I, de stamvader van de Ottomaanse dynastie en naamgever van dit rijk. Osman was onderofficier in het Seltsjoekenleger van de sultan van Rûm. Turkije bestond toen uit veel verschillende en kleine vorstendommen (beyliks). Na de dood van zijn vader werd Osman de leider van zijn Kayi-stam, in het noordwesten van Anatolië, niet ver van Constantinopel. Osman bleek een voortreffelijk legerleider te zijn en minder vredelievend dan zijn vader; hij was slim en handig en gold als een expert in wapens. Hij vocht tegen de Mongolen, die destijds het Seltsjoekenrijk binnenvielen. Veel Arabieren en Perzen, op de vlucht voor de Mongolen, sloten zich aan bij zijn leger. Het grondgebied werd uitgebreid ten koste van het christelijke Byzantijnse Keizerrijk onder Andronicus. Het Osmaanse rijk nam in grootte toe van 1.500 km² naar 18.000 km². In 1299 stichtte Osman – volgens traditionele bronnen – het Osmaanse rijk. Osman stelde ambtenaren aan en deelde land uit aan zijn volgelingen. Het herders- en nomadenleven van de stam werd opgegeven. Als emir onderhield hij goede betrekkingen met de sultan in Konya: ze streden samen tegen het Byzantijnse Rijk. In 1304 veroverde hij Nicea, nu gekend als Iznik. In 1317 droeg hij het bevel over aan zijn zoon Orhan. Osman werd begraven onder een zilveren koepel, zoals hij voor zijn dood te kennen had gegeven. De stad Bursa kreeg een belangrijke functie als begraafplaats voor leden van de Ottomaanse dynastie. Onder zijn nakomelingen zou Turkije een enorm wereldrijk worden met een dynastie die meer dan zes eeuwen zou bestaan en heersen. Tussen 1918 en 1940 was Chisinau Roemeens. In 1940 werd het Roemeense Bessarabië geannexeerd door de Sovjet-Unie en het grootste deel ervan bij de al bestaande deelrepubliek Moldavië gevoegd. Chisinau werd er de hoofdstad van. Op 21 augustus 1991 verklaarde Moldavië zich onafhankelijk, waarbij Chisinau de hoofdstad bleef. We arriveren om zeven uur in de avond en reizen meteen naar ons hotel. De volgende dag hebben we afgesproken met journalist Georgi Hunescae. Hij schreef vorig jaar een bestseller over concentratieproblemen. Georgi ontvangt ons op zijn kantoor in een oud herenhuis in de binnenstad. De voorgevel van het pand is typisch neoclassicistisch. Het neoclassicisme was aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw een stroming in de kunst, waarin opnieuw de vermeende puurheid van de klassieken werd nagestreefd. Men richtte zich daarbij met name op de (bouw)kunst van de oude Grieken en Romeinen. Beroemde neoclassicistische kunstenaars zijn de Franse schilders Jacques Louis David en Jean Aguste Dominique Ingres, en de in Rome werkzame beeldhouwers Antonio Canova en Bertel Thorvaldsen. Georgi ontvangt ons hartelijk. Plotseling gaat zijn telefoon. De ringtone is ‘Eine kleine nachtmusik’, een serenade die Mozart schreef in 1787. Het is geschreven voor een kamermuziekensemble bestaande uit twee violen, altviool en cello, eventueel aangevuld met een contrabas. Het stuk wordt ook vaak uitgevoerd door strijkorkesten. Eine kleine Nachtmusik is één van de populairste werken van Mozart. Het is niet bekend waarom of voor wie Mozart dit muziekstuk componeerde. Georgi vertelt hoe hij op het idee kwam voor zijn boek: “Ik begon na te denken over dit thema toen ik een aantal jaar geleden een artikel aan het lezen was over celdeling bij het influenzavirus. Toen ik halverwege was, merkte ik dat mijn aandacht begon te verslappen omdat ik de tekst te langdradig vond. Ik ben toen wel door blijven lezen, omdat ik niet zo’n slappeling wilde zijn die gelijk afhaakt bij een iets langer artikel. Uiteindelijk heb ik de tekst helemaal uitgelezen, maar achteraf had ik toch een beetje het idee dat ik mijn tijd verspild had.”

V
De gemiddelde Nederlander is steeds sneller afgeleid. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat ons vermogen om een saaie tekst uit te lezen de laatste tien jaar met twintig procent is afgenomen. Psychologen spreken zelfs van een nationale afleidingsepidemie. Ronald van der Overeem is hoogleraar Sociale Psychologie in Groningen. We spreken hem op zijn boerderij in het Groningse Noordhorn, een pittoresk dorpje met een kerk uit de dertiende eeuw. De toren dateert van 1765. We arriveren om kwart over drie in de middag. De zon schijnt, de hond blaft ons welkom en Van der Overeem ontvangt ons hartelijk. Hij vindt dat het probleem van concentratiegebrek al jaren onderschat wordt: “Eeuwenlang zijn we als mensen gewend geweest om lange en langdradige teksten tot ons te nemen. Vandaag de dag zie je dat steeds meer mensen het vermogen zijn kwijtgeraakt om de concentratie daarvoor op te brengen. Uiteindelijk leidt dit tot een verminderde productiviteit en een verhoogde kans op een burn-out of een depressie. Op jaarbasis kost dit de samenleving ontzettend veel geld. Toch zie je dat de overheid geen enkele maatregelen neemt op dit punt. Ik vind dat onbegrijpelijk.” We drinken koffie, de sfeer is gemoedelijk. Niet veel later komt de vrouw van de hoogleraar de kamer binnen. Ze heeft een Turkmeens uiterlijk en serveert roze koeken. Volgens Van der Overeem zijn er verschillende oorzaken voor het verminderde concentratievermogen van de gemiddelde Nederlander: “De samenleving is in de afgelopen decennia natuurlijk enorm veranderd. We krijgen steeds meer informatie op ons af, op steeds meer manieren. De hele dag word je bestookt met beelden en teksten die je aandacht opeisen. Denk bijvoorbeeld aan reclame-uitingen op straat, de autoradio, of de televisie. Verder is de opkomst van het internet en met name de smartphone cruciaal in deze ontwikkeling.” Lachend nemen we afscheid. Universitair docent Nieuwe Media Jellie Grasvoort (Universiteit van Amsterdam) sluit zich aan bij de woorden van Van der Overeem. Tot twee keer toe moeten we de afspraak verschuiven, omdat er iets tussenkomt. Op maandagmiddag lukt het eindelijk om elkaar te spreken. Ze denkt dat de intrede van de smartphone funest is geweest voor de concentratie van mensen: “In de middeleeuwen had je natuurlijk niet al die afleidingen die zo kenmerkend zijn geworden voor het jachtige bestaan dat we vandaag de dag leiden. Een monnik uit de dertiende eeuw kon soms veertien uur per dag onafgebroken bezig zijn met het bestuderen van een handschrift. Nu zou dat onmogelijk zijn, om de doodeenvoudige reden dat onze hersenen er niet meer op ingesteld zijn om zo lang met één taak bezig te zijn. Het duidelijkst zie je dit bij kinderen. Leerkrachten op de basisschool klagen steen en been dat kinderen niet meer stil kunnen zitten. Ze zijn voortdurend bezig met hun telefoon of met hun iPad. Uiteindelijk gaat dit ten koste van hun leerprestaties en dat is natuurlijk een zorgwekkende ontwikkeling.” Ook in Moldavië speelt het probleem. We reizen af naar het Oost-Europese land om te onderzoeken hoe de Moldavische samenleving lamgelegd wordt door het collectieve concentratiegebrek.
De gemiddelde Nederlander is steeds sneller afgeleid. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat ons vermogen om een saaie tekst uit te lezen de laatste tien jaar met twintig procent is afgenomen. Psychologen spreken zelfs van een nationale afleidingsepidemie. Ronald van der Overeem is hoogleraar Sociale Psychologie in Groningen. We spreken hem op zijn boerderij in het Groningse Noordhorn, een pittoresk dorpje met een kerk uit de dertiende eeuw. De toren dateert van 1765. We arriveren om kwart over drie in de middag. De zon schijnt, de hond blaft ons welkom en Van der Overeem ontvangt ons hartelijk. Hij vindt dat het probleem van concentratiegebrek al jaren onderschat wordt: “Eeuwenlang zijn we als mensen gewend geweest om lange en langdradige teksten tot ons te nemen. Vandaag de dag zie je dat steeds meer mensen het vermogen zijn kwijtgeraakt om de concentratie daarvoor op te brengen. Uiteindelijk leidt dit tot een verminderde productiviteit en een verhoogde kans op een burn-out of een depressie. Op jaarbasis kost dit de samenleving ontzettend veel geld. Toch zie je dat de overheid geen enkele maatregelen neemt op dit punt. Ik vind dat onbegrijpelijk.” We drinken koffie, de sfeer is gemoedelijk. Niet veel later komt de vrouw van de hoogleraar de kamer binnen. Ze heeft een Turkmeens uiterlijk en serveert roze koeken. Volgens Van der Overeem zijn er verschillende oorzaken voor het verminderde concentratievermogen van de gemiddelde Nederlander: “De samenleving is in de afgelopen decennia natuurlijk enorm veranderd. We krijgen steeds meer informatie op ons af, op steeds meer manieren. De hele dag word je bestookt met beelden en teksten die je aandacht opeisen. Denk bijvoorbeeld aan reclame-uitingen op straat, de autoradio, of de televisie. Verder is de opkomst van het internet en met name de smartphone cruciaal in deze ontwikkeling.” Lachend nemen we afscheid. Universitair docent Nieuwe Media Jellie Grasvoort (Universiteit van Amsterdam) sluit zich aan bij de woorden van Van der Overeem. Tot twee keer toe moeten we de afspraak verschuiven, omdat er iets tussenkomt. Op maandagmiddag lukt het eindelijk om elkaar te spreken. Ze denkt dat de intrede van de smartphone funest is geweest voor de concentratie van mensen: “In de middeleeuwen had je natuurlijk niet al die afleidingen die zo kenmerkend zijn geworden voor het jachtige bestaan dat we vandaag de dag leiden. Een monnik uit de dertiende eeuw kon soms veertien uur per dag onafgebroken bezig zijn met het bestuderen van een handschrift. Nu zou dat onmogelijk zijn, om de doodeenvoudige reden dat onze hersenen er niet meer op ingesteld zijn om zo lang met één taak bezig te zijn. Het duidelijkst zie je dit bij kinderen. Leerkrachten op de basisschool klagen steen en been dat kinderen niet meer stil kunnen zitten. Ze zijn voortdurend bezig met hun telefoon of met hun iPad. Uiteindelijk gaat dit ten koste van hun leerprestaties en dat is natuurlijk een zorgwekkende ontwikkeling.” Ook in Moldavië speelt het probleem. We reizen af naar het Oost-Europese land om te onderzoeken hoe de Moldavische samenleving lamgelegd wordt door het collectieve concentratiegebrek. Op dinsdagmiddag reizen we met de taxi naar Schiphol. Daar stappen we op het vliegtuig naar Chisinau, de hoofdstad van het voornoemde Moldavië. Chisinau heeft een vochtig landklimaat, dat zich kenmerkt door hete droge zomers en windige koude winters. De wintertemperaturen liggen vaak beneden de 0°C, maar dalen zelden onder de −10°C. In de zomer ligt de gemiddelde temperatuur rond de 25°C, maar kan midden in de zomer in het stadscentrum soms oplopen tot 35 à 40°C. De gemiddelde neerslag en luchtvochtigheid is laag in de zomer, maar soms kunnen zich er dan wel zware stormen voordoen. In de lente en herfst variëren de temperaturen tussen de 16 en 24°C en er is minder neerslag dan in de zomer, maar deze neerslag valt wel tijdens langere periodes. De stad werd gesticht in de vijftiende eeuw en hoorde jarenlang bij het Ottomaanse rijk. Het Ottomaanse Rijk was een wereldrijk tussen de veertiende en de twintigste eeuw en bij de grootste uitbreiding ervan besloeg het een enorm gebied in Noord-Afrika, Azië en Europa. Het Ottomaanse Rijk werd gesticht door de Oguz-Turken onder Osman I, de stamvader van de Ottomaanse dynastie en naamgever van dit rijk. Osman was onderofficier in het Seltsjoekenleger van de sultan van Rûm. Turkije bestond toen uit veel verschillende en kleine vorstendommen (beyliks). Na de dood van zijn vader werd Osman de leider van zijn Kayi-stam, in het noordwesten van Anatolië, niet ver van Constantinopel. Osman bleek een voortreffelijk legerleider te zijn en minder vredelievend dan zijn vader; hij was slim en handig en gold als een expert in wapens. Hij vocht tegen de Mongolen, die destijds het Seltsjoekenrijk binnenvielen. Veel Arabieren en Perzen, op de vlucht voor de Mongolen, sloten zich aan bij zijn leger. Het grondgebied werd uitgebreid ten koste van het christelijke Byzantijnse Keizerrijk onder Andronicus. Het Osmaanse rijk nam in grootte toe van 1.500 km² naar 18.000 km². In 1299 stichtte Osman – volgens traditionele bronnen – het Osmaanse rijk. Osman stelde ambtenaren aan en deelde land uit aan zijn volgelingen. Het herders- en nomadenleven van de stam werd opgegeven. Als emir onderhield hij goede betrekkingen met de sultan in Konya: ze streden samen tegen het Byzantijnse Rijk. In 1304 veroverde hij Nicea, nu gekend als Iznik. In 1317 droeg hij het bevel over aan zijn zoon Orhan. Osman werd begraven onder een zilveren koepel, zoals hij voor zijn dood te kennen had gegeven. De stad Bursa kreeg een belangrijke functie als begraafplaats voor leden van de Ottomaanse dynastie. Onder zijn nakomelingen zou Turkije een enorm wereldrijk worden met een dynastie die meer dan zes eeuwen zou bestaan en heersen. Tussen 1918 en 1940 was Chisinau Roemeens. In 1940 werd het Roemeense Bessarabië geannexeerd door de Sovjet-Unie en het grootste deel ervan bij de al bestaande deelrepubliek Moldavië gevoegd. Chisinau werd er de hoofdstad van. Op 21 augustus 1991 verklaarde Moldavië zich onafhankelijk, waarbij Chisinau de hoofdstad bleef. We arriveren om zeven uur in de avond en reizen meteen naar ons hotel. De volgende dag hebben we afgesproken met journalist Georgi Hunescae. Hij schreef vorig jaar een bestseller over concentratieproblemen. Georgi ontvangt ons op zijn kantoor in een oud herenhuis in de binnenstad. De voorgevel van het pand is typisch neoclassicistisch. Het neoclassicisme was aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw een stroming in de kunst, waarin opnieuw de vermeende puurheid van de klassieken werd nagestreefd. Men richtte zich daarbij met name op de (bouw)kunst van de oude Grieken en Romeinen. Beroemde neoclassicistische kunstenaars zijn de Franse schilders Jacques Louis David en Jean Aguste Dominique Ingres, en de in Rome werkzame beeldhouwers Antonio Canova en Bertel Thorvaldsen. Georgi ontvangt ons hartelijk. Plotseling gaat zijn telefoon. De ringtone is ‘Eine kleine nachtmusik’, een serenade die Mozart schreef in 1787. Het is geschreven voor een kamermuziekensemble bestaande uit twee violen, altviool en cello, eventueel aangevuld met een contrabas. Het stuk wordt ook vaak uitgevoerd door strijkorkesten. Eine kleine Nachtmusik is één van de populairste werken van Mozart. Het is niet bekend waarom of voor wie Mozart dit muziekstuk componeerde. Georgi vertelt hoe hij op het idee kwam voor zijn boek: “Ik begon na te denken over dit thema toen ik een aantal jaar geleden een artikel aan het lezen was over celdeling bij het influenzavirus. Toen ik halverwege was, merkte ik dat mijn aandacht begon te verslappen omdat ik de tekst te langdradig vond. Ik ben toen wel door blijven lezen, omdat ik niet zo’n slappeling wilde zijn die gelijk afhaakt bij een iets langer artikel. Uiteindelijk heb ik de tekst helemaal uitgelezen, maar achteraf had ik toch een beetje het idee dat ik mijn tijd verspild had.”
De gemiddelde Nederlander is steeds sneller afgeleid. Uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat ons vermogen om een saaie tekst uit te lezen de laatste tien jaar met twintig procent is afgenomen. Psychologen spreken zelfs van een nationale afleidingsepidemie. Ronald van der Overeem is hoogleraar Sociale Psychologie in Groningen. We spreken hem op zijn boerderij in het Groningse Noordhorn, een pittoresk dorpje met een kerk uit de dertiende eeuw. De toren dateert van 1765. We arriveren om kwart over drie in de middag. De zon schijnt, de hond blaft ons welkom en Van der Overeem ontvangt ons hartelijk. Hij vindt dat het probleem van concentratiegebrek al jaren onderschat wordt: “Eeuwenlang zijn we als mensen gewend geweest om lange en langdradige teksten tot ons te nemen. Vandaag de dag zie je dat steeds meer mensen het vermogen zijn kwijtgeraakt om de concentratie daarvoor op te brengen. Uiteindelijk leidt dit tot een verminderde productiviteit en een verhoogde kans op een burn-out of een depressie. Op jaarbasis kost dit de samenleving ontzettend veel geld. Toch zie je dat de overheid geen enkele maatregelen neemt op dit punt. Ik vind dat onbegrijpelijk.” We drinken koffie, de sfeer is gemoedelijk. Niet veel later komt de vrouw van de hoogleraar de kamer binnen. Ze heeft een Turkmeens uiterlijk en serveert roze koeken. Volgens Van der Overeem zijn er verschillende oorzaken voor het verminderde concentratievermogen van de gemiddelde Nederlander: “De samenleving is in de afgelopen decennia natuurlijk enorm veranderd. We krijgen steeds meer informatie op ons af, op steeds meer manieren. De hele dag word je bestookt met beelden en teksten die je aandacht opeisen. Denk bijvoorbeeld aan reclame-uitingen op straat, de autoradio, of de televisie. Verder is de opkomst van het internet en met name de smartphone cruciaal in deze ontwikkeling.” Lachend nemen we afscheid. Universitair docent Nieuwe Media Jellie Grasvoort (Universiteit van Amsterdam) sluit zich aan bij de woorden van Van der Overeem. Tot twee keer toe moeten we de afspraak verschuiven, omdat er iets tussenkomt. Op maandagmiddag lukt het eindelijk om elkaar te spreken. Ze denkt dat de intrede van de smartphone funest is geweest voor de concentratie van mensen: “In de middeleeuwen had je natuurlijk niet al die afleidingen die zo kenmerkend zijn geworden voor het jachtige bestaan dat we vandaag de dag leiden. Een monnik uit de dertiende eeuw kon soms veertien uur per dag onafgebroken bezig zijn met het bestuderen van een handschrift. Nu zou dat onmogelijk zijn, om de doodeenvoudige reden dat onze hersenen er niet meer op ingesteld zijn om zo lang met één taak bezig te zijn. Het duidelijkst zie je dit bij kinderen. Leerkrachten op de basisschool klagen steen en been dat kinderen niet meer stil kunnen zitten. Ze zijn voortdurend bezig met hun telefoon of met hun iPad. Uiteindelijk gaat dit ten koste van hun leerprestaties en dat is natuurlijk een zorgwekkende ontwikkeling.” Ook in Moldavië speelt het probleem. We reizen af naar het Oost-Europese land om te onderzoeken hoe de Moldavische samenleving lamgelegd wordt door het collectieve concentratiegebrek. Op dinsdagmiddag reizen we met de taxi naar Schiphol. Daar stappen we op het vliegtuig naar Chisinau, de hoofdstad van het voornoemde Moldavië. Chisinau heeft een vochtig landklimaat, dat zich kenmerkt door hete droge zomers en windige koude winters. De wintertemperaturen liggen vaak beneden de 0°C, maar dalen zelden onder de −10°C. In de zomer ligt de gemiddelde temperatuur rond de 25°C, maar kan midden in de zomer in het stadscentrum soms oplopen tot 35 à 40°C. De gemiddelde neerslag en luchtvochtigheid is laag in de zomer, maar soms kunnen zich er dan wel zware stormen voordoen. In de lente en herfst variëren de temperaturen tussen de 16 en 24°C en er is minder neerslag dan in de zomer, maar deze neerslag valt wel tijdens langere periodes. De stad werd gesticht in de vijftiende eeuw en hoorde jarenlang bij het Ottomaanse rijk. Het Ottomaanse Rijk was een wereldrijk tussen de veertiende en de twintigste eeuw en bij de grootste uitbreiding ervan besloeg het een enorm gebied in Noord-Afrika, Azië en Europa. Het Ottomaanse Rijk werd gesticht door de Oguz-Turken onder Osman I, de stamvader van de Ottomaanse dynastie en naamgever van dit rijk. Osman was onderofficier in het Seltsjoekenleger van de sultan van Rûm. Turkije bestond toen uit veel verschillende en kleine vorstendommen (beyliks). Na de dood van zijn vader werd Osman de leider van zijn Kayi-stam, in het noordwesten van Anatolië, niet ver van Constantinopel. Osman bleek een voortreffelijk legerleider te zijn en minder vredelievend dan zijn vader; hij was slim en handig en gold als een expert in wapens. Hij vocht tegen de Mongolen, die destijds het Seltsjoekenrijk binnenvielen. Veel Arabieren en Perzen, op de vlucht voor de Mongolen, sloten zich aan bij zijn leger. Het grondgebied werd uitgebreid ten koste van het christelijke Byzantijnse Keizerrijk onder Andronicus. Het Osmaanse rijk nam in grootte toe van 1.500 km² naar 18.000 km². In 1299 stichtte Osman – volgens traditionele bronnen – het Osmaanse rijk. Osman stelde ambtenaren aan en deelde land uit aan zijn volgelingen. Het herders- en nomadenleven van de stam werd opgegeven. Als emir onderhield hij goede betrekkingen met de sultan in Konya: ze streden samen tegen het Byzantijnse Rijk. In 1304 veroverde hij Nicea, nu gekend als Iznik. In 1317 droeg hij het bevel over aan zijn zoon Orhan. Osman werd begraven onder een zilveren koepel, zoals hij voor zijn dood te kennen had gegeven. De stad Bursa kreeg een belangrijke functie als begraafplaats voor leden van de Ottomaanse dynastie. Onder zijn nakomelingen zou Turkije een enorm wereldrijk worden met een dynastie die meer dan zes eeuwen zou bestaan en heersen. Tussen 1918 en 1940 was Chisinau Roemeens. In 1940 werd het Roemeense Bessarabië geannexeerd door de Sovjet-Unie en het grootste deel ervan bij de al bestaande deelrepubliek Moldavië gevoegd. Chisinau werd er de hoofdstad van. Op 21 augustus 1991 verklaarde Moldavië zich onafhankelijk, waarbij Chisinau de hoofdstad bleef. We arriveren om zeven uur in de avond en reizen meteen naar ons hotel. De volgende dag hebben we afgesproken met journalist Georgi Hunescae. Hij schreef vorig jaar een bestseller over concentratieproblemen. Georgi ontvangt ons op zijn kantoor in een oud herenhuis in de binnenstad. De voorgevel van het pand is typisch neoclassicistisch. Het neoclassicisme was aan het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw een stroming in de kunst, waarin opnieuw de vermeende puurheid van de klassieken werd nagestreefd. Men richtte zich daarbij met name op de (bouw)kunst van de oude Grieken en Romeinen. Beroemde neoclassicistische kunstenaars zijn de Franse schilders Jacques Louis David en Jean Aguste Dominique Ingres, en de in Rome werkzame beeldhouwers Antonio Canova en Bertel Thorvaldsen. Georgi ontvangt ons hartelijk. Plotseling gaat zijn telefoon. De ringtone is ‘Eine kleine nachtmusik’, een serenade die Mozart schreef in 1787. Het is geschreven voor een kamermuziekensemble bestaande uit twee violen, altviool en cello, eventueel aangevuld met een contrabas. Het stuk wordt ook vaak uitgevoerd door strijkorkesten. Eine kleine Nachtmusik is één van de populairste werken van Mozart. Het is niet bekend waarom of voor wie Mozart dit muziekstuk componeerde. Georgi vertelt hoe hij op het idee kwam voor zijn boek: “Ik begon na te denken over dit thema toen ik een aantal jaar geleden een artikel aan het lezen was over celdeling bij het influenzavirus. Toen ik halverwege was, merkte ik dat mijn aandacht begon te verslappen omdat ik de tekst te langdradig vond. Ik ben toen wel door blijven lezen, omdat ik niet zo’n slappeling wilde zijn die gelijk afhaakt bij een iets langer artikel. Uiteindelijk heb ik de tekst helemaal uitgelezen, maar achteraf had ik toch een beetje het idee dat ik mijn tijd verspild had.”